www.tegrazen.nl

een zomer vol gemekker … berichten uit Friesland

   07 jun

druppel

Brrrr. Het weer is omgeslagen.
De regen gutst in grote stralen van het dak van mijn zwaar beslagen busje. Als ik het plafond aanraak regent het binnen ook. En na het koffiezetten maakt het hoegenaamd geen verschil meer of ik binnen of buiten ben. Gek, thuis zie ik nooit hoeveel damp er van 1 kopje koffie komt.
Voorzien van paraplu, regenbroek, kaplaarzen en een sjaal stap ik de bus uit. Mijn schapendames komen me blij tegemoet. Die hebben nergens last van, nu ja, behalve dan van een rammelende maag. En een schaap heeft vier magen, dus er rammelt nogal wat.
De regen gaat over in drup en dat is onder de paraplu best te verdragen. Goh, dat we gisteren nog in de Tjonger wilden zwemmen…

Een paraplu is not done onder herders. Liever staat een echte herder in een lekkende waxjas met een in zijn nek druppende vilthoed onder een boom dan betrapt te worden met een regenscherm. Vandaag ga ik ontdekken waarom de paraplu zo fout is. Imagoschade kan ik hier niet oplopen. Er is geen sterveling, en de schapen zijn er allang aan gewend dat ik er elke dag anders uitzie. Mijn plu is groen, aan de kleur zal het niet liggen.

Vooralsnog is de paraplu praktisch. Hij houdt zelfs mijn herderstasje droog, waarin brood voor mij en Twiggy.
De wind houdt ie uit mijn nek, en de motregen van mijn lekkende regenjas. (Wie ooit nog eens een waterdichte maar vieze regenjas gaat wassen en impregneren met in de buitensportwinkel gekocht duur spul, kan net zo goed gelijk in diezelfde buitensportwinkel alvast een nieuwe jas gaan uitzoeken…het spul werkt niet en je jas lekt na het impregneren gegarandeerd)
Als het zonnetje even doorbreekt stop ik de drogende plu in mijn tasje. Klaar.
Maar de plu zit in de weg. Ik kan niet meer bij de broodjes, de verrekijker is onbereikbaar en het ding steekt uit. Zou een echte herder soms liever zijn verrekijker bij de hand hebben dan een droge nek?
Ooit zag ik bij de Aldi heel klein opvouwbare parapluutjes. Zo groot als een in drieen gesneden dikke komkommer, ongeveer. Ze waren lelijk; lichtpaars met opzetdiamantjes, maar nu heb ik spijt dat ik er niet eentje heb meegenomen. Had ik mooi met een droge nek bij mijn verrekijker gekund.

Terug in de bus maak ik warme soep.
Wie nu een herdersuurtje (zie reactie Hajo op “jakkes, maden”) met mij wil doorbrengen moet van goeden huize komen. Ik heb ijskoude voeten en bevroren handen, en er hangt een druppel aan mijn neus.


   06 jun

jakkes, maden…

een slachtoffer, net op tijd geschoren.

De regen tikt knus op het dakje van mijn bus. He, dat rijmt. Binnenin hangt nog die warmte die van vandaag een aangenaam plakkerige dag maakte. Lekker hoor, als je ’s ochtends vroeg al in je hemdje door het gras kunt huppelen.
Vanochtend om half 8 stond ik met mijn schaapjes paraat. Ik weet van Nico, tot voor heel kort vrijwillig herder in Schipborg, dat hij er wel eens om zes uur ’s ochtends opuit trok, maar vreemd genoeg lukt het me niet om er eerder dan half acht te staan.
Het ligt aan mijn bedje.
Velen hebben al meewarig in mijn busje gekeken, en allemaal stellen ze dezelfde vraag…: Slaap je dáárin?
Het ziet er inderdaad ook een beetje typisch uit. De bus is namelijk helemaal vol als je erin kijkt.
De helft van de bus wordt in beslag genomen door het bed, een brede plank met daarop een kampeermatrasje en iets wat je vroeger een “Spatzmolla” noemde maar wat nu gewoon schuimrubbermatrasje heet. Verder staan links en rechts kratjes met allerhande spullen. In het begin heb ik heel wat geschoven met dingen. Alles wat ik nodig had bleek achter of onder iets anders te staan, zodat het dagelijkse leven een nogal irritant driedimensionaal schuifspelletje werd. Een Rubycube® op wielen. Zonder gebruiksaanwijzing. Nu zit er een systeem in, waarbij alles een vaste logische plek heeft. Dat heeft een maandje ontwikkeling gekost, en ik denk dat het nu af is. Wie het concept wil mag me mailen.
Vanaf mijn bed kan ik overal bij. Het is een woonbed geworden. Thee zetten? Geen enkel probleem. Vanuit mijn slaapzak kan ik bij water, campinggas en pannetje. Schone sokken? Binnen handbereik. Mijn rijdende hotelkamertje is van alle gemakken voorzien. Binnen enkele minuten zit ik met sokken aan achter een vers kopje koffie met een Fries roggebroodje.
Toch ligt het aan mijn bed dat ik niet om zes uur de hei op kan. Zeker weten.
Mijn bedje is ’s ochtends namelijk net zo lekker als dat van thuis, waar ik ook al zo’n moeite heb om vroeg op te staan…

Gewaarschuwd door de voorgaande dagen verwachtte ik om half twaalf een inzinking in graasgedrag. Even leek het er inderdaad op. De schapen gingen liggen in de schaduw en ik riep Muis en Amy om op weg te gaan. Maar ineens kwam er iets over ze. Iets magisch. In dezelfde graspollen die ze een paar minuten geleden nog als waardeloos voorbij liepen, leken ze nu iets verrukkelijks te ontdekken.
Ronkend als pasgeslepen grasmaaiers vraten ze zich een baan door de onderbegroeiing. Het hield maar niet op.
Nu had ikzelf alleen maar twee krentebolletjes meegenomen bij wijze van ontbijt, en die waren al een tijdje geleden gedeeld met Twiggy. Van zoveel smakelijk gegraas kreeg ik zelf ook reuze trek. Ik was dan ook blij dat de grasmaaiers om half twee definitief stopten. Maar wat zou dat nou geweest zijn?

Net op het punt om te gaan Tjongeren, gaat de telefoon. Henry. Een van zijn schapen in Herenveen heeft misschien last van jeuk, en of ik m kan vangen.
Dat is natuurlijk een uitdaging.
Gewapend met mijn hondjes en een vangstok rijd ik naar Herenveen, waar Henry’s zwager op me staat te wachten. Hij past op de schapen zolang Henry in Wageningen zit.
De schapen staan op een stukje grond van Staatsbos, vlak bij de Belvedére. Het vangen en bijeenhalen van de schapen kan dan ook op publiek rekenen. Gelukkig is Muis in vorm, ondanks de antibioticapillen.
De schapen zijn nog niet geschoren, en, inderdaad, als ik het kriebelschaap te pakken heb met Muis, blijkt dat zijn vachtje vol zit met maden. Je leest het goed. Er zijn gemene groene vliegen die het op vochtige schapenvachtjes gemunt hebben. De larven kruipen in de huid en eten zich in no-time een weg naar binnen. Dat dat ten koste gaat van het schaap hoef ik niet uit te leggen. Meestal legt het schaap na twee dagen het loodje.
Gelukkig was het nog niet zo ver. Jelle had een gieter mee en een of ander goedje, wat we rijkelijk op het schaap gegieterd hebben. Nog twee anderen ondergingen hetzelfde lot.
Gelukkig komt dinsdag de schapenscheerder, want dat schapenspul krijg je niet meer van je handen.


   05 jun

Schapenvakbond

Ik trap erin. Met open ogen. Eén voor een krijgen mijn schapen namen, en straks houd ik zoveel van ze dat ik ze nooit meer weg kan doen.
Daar zijn Twiggy en Skeleton, mijn zorgenkindjes. Twiggy is aandoenlijk. Soms ontdekt ze ineens dat ik er ook ben, en dan doet ze een mekkertje. Want ze krijgt onopvallend stukjes van mijn liga met appel. Wel jammer dat de hele kudde inmiddels op het mekkertje reageert.
Dan heb je Aagje, die altijd met haar gespikkelde neus vooraan staat. Duopenotti, Pampers en Giraffe, naar hun vachtje. En Silyn, het mooie hertje. Hapje is het dikste schaap van de kudde. Ze loopt altijd achteraan en pakt dan nog gauw even een blaadje mee.
Maar waar ik op doel is Zwabber. Daar ben ik ingetrapt.
Zwabber heeft hele rare kromme poten. Eentje lijkt wel voortdurend uit de kom te willen schieten, en elke keer als Muis of Amy ietsje te hard langslopen vrees ik dat dat gaat gebeuren.
Zwabber moet weg. Ooit. Naar de slager.
Maar sinds vandaag heeft ze een naam, en een heel lief bruin snuitje. Slik.

Exact om 12 uur legt de schapenvakbond het werk plat.
Dit zijn geen arbeidsomstandigheden, stelt de woordvoerster, een in de haast naar voren geduwd naamloos schaap met een lelijke witte kop. In gedachte zie ik de slagersauto al voorrijden.
Maar ze zijn met over de tweehonderd, en Muis en ik staan er samen alleen voor.

Ik had het aan zien komen. Om ongeveer elf uur was een deel al begonnen met stiptheidsacties: extra goed uitzoeken wat je eet en dat zo zorgvuldig mogelijk kauwen.
Ik dacht het te kunnen rekken tot een uur of éen, met de belofte van lang gras op de dijk en fris Tjongerwater, maar de schapen zijn niet te vermurwen.
In mijn ooghoek zie ik Hapje die op het punt staat een maagverkleining van de zaak te vragen, en Zwabber die de WAO wil aankaarten, en dan zwicht ik.

Ok. Ik zet wel een net op de dijk.

Dat maakt dat ik nu kan gaan zwemmen, en mijn aanhangwagenproject ter hand kan nemen. Werkgever zijn is zo slecht nog niet.


   04 jun

dichten onder een boom

Schapen zijn ondankbare werknemers. Je geeft ze te eten, de lekkerste hapjes zoek je voor ze uit, en wat doen ze? Luieren! Midden op de dag! Ze zoeken een boom met zoveel schaduw dat ze er met zijn allen onder kunnen, boeren wat en zakken dan gezamelijk door de pootjes. Als de vogels niet zoveel herrie maakten kon je ze horen snurken.
En wat doe je dan als herder?
Dan moet je eigenlijk ook onder een boom gaan zitten. Met een broodkorst en zure wijn. En gedichten schrijven. Schijnt.
Ooit woonde ik een tijdje samen met een dichter, dus ik weet best welke onweerstaanbare romantiek ervan uit kan gaan. Een vriendin die van alles wat zij doet een succes weet te maken, scoort hoge ogen met sneldichten in menig radioprogramma. Maar ik heb het niet met dichten. Ik moet er veel te lang over denken. Dagen, zelfs. En dat trek ik niet, onder die boom.
Mijn score in de dichterswereld is twee stuks, waar onderstaande er éen van is. Die is voor later in een hoekje op mijn grafsteen. Aan de lengte kun je helaas niet zien dat hier minstens een week diepzinnig gepeins aan vooraf is gegaan.
De titel ben ik vergeten, maar daar kon ik toen ook al niet opkomen, weet ik nog. Aan jullie, lieve lezers, om daar een suggestie in te doen.

kleuren

drogen

dorren

krommen

schrompelen

vallen

stil



   03 jun

Teken

Met een grote boog plop ik de volgezogen teek in de Tjonger. Vissenvoer. Met het bloed van Muis. Op haar buikje zit nu een grote rode ring van de ziekte van Lyme. Het teken van de teek.
Net een hele serie antibioticumpillen gehaald. Met kluifsmaak. Dat doen ze voor mensen niet, die pillen lekker maken, heb ik gehoord. Hoewel kluifsmaak misschien toch ook niet zo aan zou slaan bij het grote publiek.

Het is warm op de hei. De schapen eten niks en willen alleen maar dutten in de schaduw. Ik heb voor het eerst een tijdschrift meegenomen en kon het zonder onderbreking helemaal uitlezen. Je zou zeggen dat dat niet verkeerd is, maar alle boompjes staan me vanaf de hei geniepig aan te kijken als een teken van persoonlijk falen.
Nog een dag zo, en dan ga ik iets anders verzinnen. Misschien maar niks te grazen in het nachtraster, voor straf. De schapen zijn tenslotte aangenomen om boompjes te eten.

Hier in Friesland doen ze alles groot in de supermarkt. Halve pakjes hopjesvla en tartaartjes per stuk in een kartonnetje, daar doen ze hier niet aan. Dus eet ik vanavond een hele broccoli en drie biologische slavinken. Raar aantal eigenlijk. Of ze er op gerekend hebben dat die milieurakkers ook bewust met de bevolkingsaanwas omgaan. In elk geval: ik heb trek voor drie.


   02 jun

Slang

Superweer om herder te zijn. Zo had ik het ongeveer in gedachten toen ik aan deze klus begon.
We zijn vandaag op de heide geweest. In het zonnetje tussen de vennen. Het is hier heel stil, op de vogels na. Die zijn nu volop hun territorium aan het verdedigen en het is een feest om daar tussen te wandelen. De schapen worden steeds braver en de honden steeds zelfstandiger. Het was dus een makkie. Het gebied staat bekend om zijn rijkheid aan amfibieen en reptielen. Van heinde en verre komen biologen om onderzoek te doen naar slangen. Er zitten trouwens ook dassenburchten, wat de slangenstand natuurlijk niet ten goede komt.

We waren net in kolonne op terugweg naar het raster, toen opeens…in het stukje droge heide voor me lag een enorme slang! Een hele dikke grijszwarte, met de omvang van een flinke leverworst en een lengte van minstens 60 cm. Ik liep voorop, met ongeveer drie meter voor me de slang en 5 meter achter me de schapen in een flink tempo. Ik kon ze nooit meer stoppen.
Dan maar over de slang heen, en zien wat er gebeurt. Een schietgebedje.

Slangen blijken razendsnel. Voordat het eerste schaap de plek van de slang had bereikt was het beest in geen velden of wegen meer te bekennen. Niet slecht voor een leverworst zonder pootjes. En omdat ik m niet zo lang bekeken heb weet ik nu nog steeds niet of we aan een giftige zwarte adder of een onschuldige gladde slang zijn ontsnapt.

Daarna de stoute schoenen aangetrokken, nu ja, Tevasandalen, en in de Tjonger geplonsd. Nee, geen muggen vandaag. Het water is bruin en daardoor al best lekker opgewarmd. Heb zelfs baantjes getrokken. Daarna met een pannetje warm Tjongerwater mijn haren gewassen zodat ik nu glimmend rond mijn busje scharrel.


   01 jun

te laat en net op tijd

Het is lekker om weer terug te zijn in de Tjongervallei.
In het Blauwe Bos liepen zoveel mensen dat het buskamperen ongemakkelijk werd. Het moet er voor de argeloze wandelaar niet gaan uitzien alsof er een of andere stadsnomade in het bos is komen wonen, maar het verschil met een serieuze herder in een veel te klein busje is wel erg minimaal. Hier aan de Tjongerdijk is dat veel gemakkelijker. Daar loopt namelijk niemand.
Net heb ik een heerlijk bakje Tjongerwater opgewarmd om me in te wassen. Een frisse duik in de Tjonger zelf lokt nog niet zo, vooral door de muggen. Maar een poedelsessie in mijn busje maakt dat ik nu lekker fris in mijn slaapzak zit te internetten.

Dat was me wel een dag zeg, gisteren. Toen ik de dijk opreed, net twee dagen Bloemendaal achter de rug, zag ik alle schapen op een kluitje staan. Mijn zo mooi rond gegeten dames stonden keihard te mekkeren, aan de overkant van de Tjonger zag ik er twee op de dijk staan en in het water lag een dood schaap. Slik. Dat was beroerd terugkomen! Wat een puinhoop.
En of dat nog niet erg genoeg was had ik binnen een uur een afspraak met de terreinbeheerder die een middagje met de kudde mee kwam lopen.
Stress geeft soms vleugels. Na een telefoontje met mijn schapencoach Henry heb ik eerst Amy naar de overkant van de Tjonger laten zwemmen.
Niet dat ze gelijk snapte dat ze schapen moest halen, dat had ze natuurlijk nog nooit gedaan. Maar toen ze gelokt door een stok in het water, bijna aan de overkant was, zag ze gelukkig wat de bedoeling was. Geweldig! Van pure schrik sprongen de schapen de Tjonger in en, achternagezwommen door Amy, kon ik ze er met een vangstok aan de andere kant uitvissen. Gelukkig was de wol eraf, want dit was al zwaar genoeg.
Daar kwam ook de hulptroep met een karretje, voor het dode schaap. Wat zonde. Wat was er gebeurd? Een hond in het net gesprongen?
Ik nam me heilig voor om de komende maand niet meer naar huis te gaan. Wat zeg ik…helemaal niet meer! Of ik moet iemand kunnen vinden die mijn schapen streng bewaakt.
Net op tijd was alles aan kant. En daar kwam de terreinbeheerder. Pfoe!


   27 mei

Skeleton en Twiggy

Het zijn er twee, de magere schaapjes. Ik heb ze Twiggy en Skeleton gedoopt. Vandaag moest ik ze vangen om een wormkuur te geven. Dan worden ze misschien weer dikker. Maar vangen gaat niet zonder slag of stoot.
Ze hebben het gelijk in de gaten als je het met je vangstok op ze gemunt hebt. Ookal loop je nog zo nonchalant langs, terwijl je zogenaamd de andere kant opkijkt. Schapen zijn echt niet achterlijk! Met hulp van Muis drijf ik alle schapen op een kluitje. Dan kunnen ze geen kant op. En kun je dus zo de vangstok om een pootje haken. In theorie. Skeleton laat helaas zich niet zomaar pakken. Ik doe een greep maar mis…de wol. Natuurlijk, ze zijn pas geschoren. Weg is het houvast. Pech. Met Skeleton lachend onder een braamstruik vang ik eerst Twiggy, die zich alles gedwee laat aanleunen. Dan grijp ik Skeleton. Ha! Te pakken. Uiteindelijk hoort de herder te winnen.

Het is koud in de bus…en de schapen zitten tot aan hun oren vol bladeren en hei. Wat zal ik doen? Naar de dorpskroeg in Haulerwijk? Hmmm…

Blij dat ik morgen even thuis ben, ik begin een douche te missen.


   26 mei

avondstemming

Het is zowaar knus hier.

Ik zit op mijn bedje in de bus met een vers kopje thee. De radio geeft een triosonate van Telemann en er staat een bakje chocoladerozijnen binnen handbereik.
Eerder op de avond zag ik het nog somber in. Het waaide gemeen en het zonnetje was helemaal verdwenen. Negen graden op de thermometer. Brrr. Nadat ik mezelf gedwongen had om tussen de muggen een gezonde omelet met spekjes te maken en vervolgens een pannetje heet water had laten omvallen in de bus had ik alleen nog maar zin om in bed te stappen.
Maar de schapen dachten daar anders over. In hun schapennet was het eten zo goed als op. Vonden ze. Het eerste brutale schaap maakte al aanstalten om er overheen te springen. En springt er 1 schaap over het net…enfin, je kent het gezegde. Springende schapen eindigen bij de slager. En dat wil ik natuurlijk niet.
Dus mezelf warm ingepakt, stok en hoed, Amy mee en daar gingen we. In sneltreinvaart. Alsof ze nog niets gegeten hadden vandaag. De monsters.
Na ongeveer een half uur knabbelen werd alles pas rustig.
De wind was gaan liggen, en de zon kwam toch nog even door. Vanuit de kudde kwam er een vlaag schapenwarmte langs. Met warme voeten en een goed humeur klom ik zojuist mijn busje in. En nu ga ik de muggen er uit vangen!


   20 mei

bericht vanaf de hei

Het is zover! Vanaf vandaag kan ik mijn belevenissen mat jullie delen. Vanaf de hei…ik vind het krek een wonder. Eigenlijk hebben jullie al een maand vol avonturen gemist, waaronder bijna in het veen verdronken schapen, een gebroken pootje en een man met een jachtgeweer. Die verhalen houden jullie van me te goed, als je het niet erg vindt. Vanaf nu zal ik proberen zo eens in de paar dagen iets te schrijven. En als de onvolprezen dongel het toelaat, ook te publiceren. Dus; tot later!