Hoera, we zijn weer begonnen.
De kudde is gisteren zonder moeite vanuit een verderopgelegen weiland naar de Tjongerdijk gewandeld. Zonder veel moeite, maar mét een enorm volume.
Dat kwam omdat alle lammetjes ineens hun moeder kwijt waren.
Voorlopig zit ik met dat geluid opgescheept. De lammetjes zijn nog te klein om zonder melk en moeder te kunnen.
De eigenwijze huppeltjes vliegen alle kanten uit. Alles moet ontdekt en besabbeld worden. Zo ook het stroomdraad. Daardoor weet ik nu dat lammetjes kunnen kwaken.
Hekjes en greppels zijn ENG. Bij die stukken wacht achteraan de kudde een twintigtal hulpeloze wolletjes tot iemand hen komt redden van die grote hond. Ze willen overal heen behalve door het hekje. Dat vergt wel een beetje geduld van de herder en een tikje begrip van de hond. Verder zijn die dappere springertjes ronduit komisch.
De Tjonger is een prima plek om te leren zwemmen. Alleen jammer dat de oever zo steil is dat je er nooit meer uit kunt komen.
Vandaag spartelde er een klein wit lammetje met een enorme waterbuik machteloos langs de beschoeide oever.
Bij een uitstekend boompje deed ze een laatste poging om eruit te klimmen en verdween toen kopje onder. Op dat moment stond ik mijn zware schoenen en broek al uit te rukken.
De Tjonger is wel koud rond deze tijd van het jaar. Gelukkig is er ook weinig publiek om een half ontklede herder het water in te zien duiken.
Het lam maakt het inmiddels weer goed. Ikzelf heb brandnetelsteken op mijn billen.
Bovenstaande foto maakte collega Daphne gisteren bij het sorteren van de top-ramlammeren om volgend jaar mee te fokken. Op de foto de Brad Pitt onder de rammen. Als dat maar goed gaat met mijn dames!
Trouwe lezers weten dat dit een vervolg is op twee andere stukjes met ongeveer dezelfde titel.
Nieuwe kijkertjes scrollen beter even naar beneden op zoek naar titel 1.
Goh, wat blijft het koud.
Het lijkt wel of de muren alle warmte van mijn kleine kacheltje opslurpen en daar een vochtige damp voor teruggeven.
Ik krijg het niet voor elkaar om het hier meer dan 16 graden te maken.
En dan is het buiten nog niet eens echt winter.
Ik besluit dat dit werkelijk niet kan voor het komende seizoen.
Alleen als ik er een volle dagtaak van maak kan ik hier overleven. Maar ik wil meer dan alleen houthakker zijn. Ik wil mijn honden trainen, en schapen vangen, en lammetjes geboren zien worden. Dat zijn op zich al erg koude bezigheden. Thuiskomen onder het geboorteslijm en dan in een ijskoud huis eerst ijzerhoudend badwater op de kachel moeten opwarmen lijkt bij nader inzien niet zo’n aantrekkelijk idee.
Vanaf half vijf is het stikkedonker binnen. Je went eraan, om dingen bij kaarslicht te doen. Het aantal mogelijkheden wordt wel beperkt. Mijn weblog doet het in elk geval niet op kaarsen.
Als ik bij het inpakken van mijn auto een vuilniszak met daarin een schapenvacht optil springt er vanuit de bodem een muis op de vloer.
En nog eentje. Na zeven dikke muizen onderzoek ik niet verder maar zet de zak voorzichtig terug.
Die hebben het rijk weer alleen!
Op Marktplaats, de advertentie-site, trof ik met het zoekwoord ‘houtkachel’ een berichtje van ene R. uit Onbelangrijk, Buitenland
het luidde alsvolgt:
het is allemaal maar herfstig buiten
Prijs: € 0,00
Periode plaatsing: 11-12-11 t/m zondag 08 januari 2012
Omschrijving: houtkacheltje aan en bad vol laten lopen…Daar knapt men van op.
Nieuwsgierig geworden mailde ik terug:
dag R,
is het mooi in Onbelangrijk?
Hier in Nogal Achteraf heeft het hard gestormd. Ook hier een houtkachel. En veel afgewaaide takken.
Geen bad helaas. In Buitenland is het gras altijd groener.
Val je onder “Antiek en Kunst”-, “Hobby en Vrije Tijd”-, “Muziek en Instrumenten”- of alleen onder “Gratis af te halen”?
groetjes van Z.
Al snel kwam er een berichtje terug: Ik woon in zuidholland.tegenover natuurgebied dus altijd mooi. En jij?
groetjes R.
Een antwoord zonder grapje. Dus een degelijke vraag terug:
Ik pendel tussen de randstad en Friesland.
Vond je tekstje grappig. Had je er een speciale bedoeling mee?
groetjes, Z.
Nee hoor.vond het leuk om er op te zetten. Z. man of vrouw? Groetjes
Jammer…gemiste kans voor een mailconversatie met diepgang;
Ik mailde terug:
Ik ben een bejaarde behaarde travestiet met een houten been en een glazen oog.
groetjes,
Z.
Er loopt een muis over het plafond. Of beter, eigenlijk loopt de muis onzichtbaar tussen de zoldervloer en de plafondplaten. Het klinkt alsof hij elk moment naar beneden komt vallen.
Terwijl ik in de kamer zit ritselt en knaagt hij er op los.
Eén muis? Nee, het is een hele familie. Boven mijn hoofd hebben ze een parcourtje uitgezet; sprongetje, sprintje en dan drie grote sprongen achterelkaar. Het is reuze gezellig daarboven, zeker nu mijn houtkachel het papierdunne plafond verwarmt.
Bijgelicht door een grote zaklantaarn loop ik via de koude donkere keuken en de nog koudere deel het smalle houten trapje naar de zolder op.
Daar staat een oud bankstel met een stoffige hoes erover. Ook liggen er twee matrassen die hun beste tijd gehad hebben, een oude kachelpijp, drie vieze planken en een prop plastic zeil. In een hoek van de zolder staat een verweerde, op board geplakte schoolplaat met de toepasselijke titel ‘Knaagdieren’.
Mijn huisgenootjes zijn niet bang aangelegd. Met hun vriendelijke kraalogen kijken ze in het felle licht van de lantaarn zonder weg te rennen. Hun weldoorvoede lichaampjes liggen aaibaar bovenop een laag zacht strooisel en lege doppen van een of ander eetbaar soort. Het is aandoenlijk hoe hun vachtjes glanzen, hun snorharen trillen en hun kleine muizenpootjes af en toe een dop opzij duwen op zoek naar restjes noot.
Het is de mooiste bosmuizenkolonie die ik in tijden ben tegengekomen.
Zomaar binnen handbereik.
De grote zak met aangeboden muizenvallen wijs ik dan ook resoluut af.
En de volgende ochtend, als om een uur of half zeven het vrolijke gespring en geroffel weer begint, ben ik daar nog steeds blij om.
Fotografe Marije Kuiper maakte voor het festival EXPLORE THE NORTH een aantal foto’s over het Noordelijke Gevoel.
Eén ervan is gemaakt in het Blauwe Bos. Klik op de foto om m te vergroten. Als je goed zoekt kun je Lotje herkennen.
Meer foto’s van Marije kun je vinden op www.marijekuiper.nl
In een poging om het drukke westen te ontvluchten ben ik midden op de Dwingeloose heide beland.
Langs een klein schelpenpaadje staat een oud boerderijtje, op een met bomen begroeide heuvel in het midden van de grote heidevlakte.
De Benderse Berg heet de heuvel, hoewel hij slechts een kleine verhoging in het heideveld is die als zodanig niet opvalt.
In het fotoboek in het huisje staat:
“de boerenfamilie die hier woonde werd “de rijke boer” genoemd, omdat de rovers die in die tijd de dorpen aandeden niet de moeite namen om helemaal de zandweg af te lopen naar de afgelegen hoeve. Zo bleef hen een hoop leed bespaard. Ze hadden al genoeg te lijden omdat ze zelf altijd al de afstand af moest leggen.”
Ik ben in mijn huisje omgeven door bomen, donker, heide, meertjes en ganzen.
In de verte kronkelt het zandpad de heide over. De randen van het bos zijn ver weg en slechts op een paar plekken zie je een klein lichtje van bewoning. De schaapherder van deze hei woont nog net zichtbaar aan de overkant.
Er lijkt niets veranderd in de eeuwen. Elk moment kan er een paardenkar langskomen, met houten wielen.
Witte wievenslierten drijven onschuldig in de verte maar je waant je veilig op het zandpad naar de hoeve. Daar brandt het kaarslicht van de grote kroonluchter in de woonkamer.
In de keuken zit een pomp waaruit sterk naar ijzer smakend water komt. Zo’n echte, met een zwengel. Een waterleiding is er nooit gekomen, evenmin als electriciteit.
Op het houtkacheltje kook ik een ketel van dat pompwater. Het ziet donkergeel. Ik vul er de kruik mee die me door de nacht gaat helpen, want het is hier vochtig en een beetje bedompt. Het uitzicht over de hei en het bijzondere gevoel dat ik terug ben in een andere tijd maakt dat echter meer dan goed.
Televisie is een boeiend medium. Omdat ik het al minstens vijfentwintig jaar zonder doe weet ik als geen ander hoe sterk de aantrekkingskracht is. Zodra ik in een ruimte ben waar de tv aanstaat valt er met mij geen zinnig woord meer te wisselen. Mijn ogen glijden als vanzelf naar het apparaat om te blijven plakken aan een willekeurig programma waarvan ik dan ineens beslist de afloop moet weten.
Het maakt niet uit wat het is, de enige uitzonderingen zijn voetbal en autoracen.
Het is mijn stellige overtuiging dat je, wat je op televisie ziet, voor altijd meeneemt alsof je het zelf hebt meegemaakt.
Ooit, toen ik pas uit huis was en in mijn toen nog doodstille oude boerderij bij de duinen een kleine draagbare zwartwit televisie vond, gingen er hele avonden voorbij terwijl ik van de ene film in de andere gleed.
Hoe later het werd hoe enger de films. En hoe enger de film hoe liever ik de afloop wilde weten.
Het was de tijd van de zombie-films.
Eigenlijk lopen zombiefilms nooit goed af.
Zombies leven door als ze doodgaan en het worden er steeds meer. Dat gebeurt op de gruwelijkste manieren.
Als na het laatste opengebarsten lichaam eindelijk tot mijn opluchting het testbeeld verscheen was het meestal ver na middernacht. De in afzondering gelegen boerderij ademde onheil en beloofde dat er met elk kraakje in het oude huis, elke over het dak rollende kastanje en elke zwiepende herfsttak een nieuwe zombie bij kwam op zolder.
In de vloer van de zolder zat een brandluik, dat helaas uitkwam in de slaapkamer boven mijn oude twijfelaarbed.
Nacht na nacht drupte daar ontbindend lijkvocht naar beneden, soms vergezeld van een afgerukte arm of een hoofd zonder oogballen.
Hoe goed ik ’s avonds het brandluik ook dichtbond, krassende dode vingernagels wisten na twaalven precies hoe de knoop er uit moest.
Het sliep tamelijk onrustig daar, met al die lijken boven mijn hoofd.
Na maanden wakker te hebben gelegen van door het brandluik vallende lichamen nam ik een resoluut besluit: eruit met die televisie!
Dat was de eerste tijd wel wennen. De avonden waren ineens behoorlijk saai.
Heel langzaam echter begon het aantal doden op zolder af te nemen. Slechts af en toe viel er nog een bot of een vinger naar beneden. Toen ineens bleef ook dat weg. Voorzichtig veroverde ik de nacht terug, en kon ik op verlaten plekken ook weer met een veilig gevoel in slaap vallen. Wat een opluchting.
Een dikke maand geleden meldde zich een aardige dame.
Ze vertelde dat ze gehoord had over mij en mijn schapen, en dat ze het een leuk idee vond om daar een half uurtje televisie aan te besteden.
Het onderwerp van de uitzending zou “stilte” worden.
Dat was natuurlijk precies het juiste thema!
Na een leuk gesprek stond er op een ochtend om zeven uur een groepje mensen voor de deur van de keet met een camera, een serie microfoontjes en een tas met heerlijke picknickspullen.
Het werd een stressvolle maar gezellige dag.
Gezellig omdat het integere vrolijke mensen waren, stressvol omdat ik naast het hoeden van de kudde en het organiseren van een verplaatsing door Oldeberkoop ook antwoord moest geven op vragen waar je het liefst eerst een half uurtje diep over na wilt denken.
In de montage sneuvelden tot mijn opluchting mijn meest fanatieke uitspraken.
Gisteren was de uitzending.
Heb je die gemist, dan kun je hem hier terugkijken.
Dan zal het zijn of je die dag zelf hebt meegemaakt.
Maar wees gewaarschuwd: als je kijkt dan kan het zijn dat ook ik af en toe bij jou door het zolderluik kruip.
Er is deze zomer vrijwel geen dag voorbij gegaan dat ik niet aan Betty dacht.
Soms zag ik haar lopen in Spanje, op een zonovergoten winkelpromenade. Nee, een overdekte winkelpromenade was het vast.
“We nemen er twee”, moet ze tegen haar man hebben gezegd.
Die moet instemmend hebben geknikt, want het is een gezellige man, en ze namen er twee.
De gedachte aan Betty hield me overeind als zwarte wolken zich verzamelden aan mijn horizon, als het leven me trakteerde op plensbuien of een koude douche.
Het was beroerd, maar er was altijd nog Betty.
Zonder Betty had ik het halfverwege opgegeven, had ontslag genomen en was zwervend onder een brug beland. Ik overdrijf niet, dat had gekund, zonder Betty.
Dus bij deze wil ik Betty heel erg bedanken.
Ze heeft me door de natste zomer ooit geholpen.
Doordat ze uit Spanje zo’n heerlijke lichtgewicht heel klein opvouwbare mini-paraplu voor me meenam.
Ik vond het vannacht al tamelijk koud, maar toen ik vanochtend de deur opendeed werd ik toch nog verrast door het schrapende geluid van kleine ijspegeltjes in de deuropening. Ongemerkt is het al gaan vriezen!
Vandaag is mijn laatste werkdag met de kudde.
Ik moet de schapen ergens gaan achterlaten in een fijne weide bij Fochteloo, maar ik weet allemaal nog niet hoe ik dat ga aanpakken.
Ik heb helemaal geen zin om op te houden met hoeden en in het bos wonen.
Ik wil nog helemaal niet scheiden van Lotje en Twiggy, van Scooter en Leidschaap.
Ik ga eerst maar eens een kopje oploscappucino maken en bedenken hoe de dag eruit moet zien…
Inmiddels is het avond en heb ik samen met Erika en Catrinus de schapen naar een grazige wei gebracht.
De arme beestjes waren nog een beetje groggy van inentingen tegen rotkreuopel en Q koorts en haalden het maar net.
Alleen omdat er langs de kant zulke lekkere eikels lagen liepen ze steeds een boompje verder.
Omdat er vanmiddag lichte motregen was voorspeld zijn we allemaal kleddernat geregend door iets wat nog het meest op natte sneeuw leek.
Voor het eerst had ik het weer eens ouderwets koud.
Met dikke droge sokken aan rooster ik nu tamme kastanjes op mijn houtkacheltje.
Laatste nachtje in mijn woonkeet.
Stel je voor: het is prachtig nazomerweer. Je hebt op de markt verse visjes gekocht en een heerlijke Chablis. Je hebt vrienden uitgenodigd.
Je maakt een klein vuurtje in de achtertuin, sleept lekkere stoelen naar buiten, schenkt koele wijn in mooie glazen, je begint een boeiend verhaal en… dan besluit je buurman om met de bandschuurmachine zijn kozijnen onder handen te nemen terwijl zijn vriend de muur afbikt met de pneumatische hamer. De klus moet duidelijk af vanavond.
Wat doe je dan in zo’n geval?
Op zijn best sla je je wijn in een paar slokken achterover en ga je met je vrienden naar het strand. Op zijn slechtst help je de buurman zijn huis en vriend te verbouwen.
Stel je voor: het is een prachtige nazomeravond. Je loopt met 251 schapendames en 7 mooie rammen in de laatste zonnestralen naar een nieuwe nachtweide. Alles baadt in een vredige rust, alleen een zacht knabbelen of een verzadigd blaatje begeleidt de tocht. Je zet 1 voet in de weide op zoek naar de plek van de bloeiende gentiaan als een hels geratel je droom verstoort. In de verte nadert een enorm gevaarte dat mais eet. Het wordt in grote banen weggerukt om als pulp in een kar te worden gebraakt. Het veld moet duidelijk kaal vanavond.
Wat doe je dan in zo’n geval?
Op zijn best sla je dan een fles wijn achterover, maar op zijn slechtst?
Het is witte wieven tied.
Moge de wieven deze hardwerkende man met zijn maiskar komen halen en in stilte smoren!
Zo hoort dat in deze contreien.