www.tegrazen.nl

een zomer vol gemekker … berichten uit Friesland

   18 jan

rammendag

Een schaap kan makkelijk 12 jaar oud worden; ik ken er zelfs eentje van twintig. Maar een ram haalt deze leeftijd maar zelden. Dat komt niet omdat rammen zulke zwakkelingen zijn. Het komt eenvoudigweg omdat ze in een kudde volslagen nutteloos zijn als ze wat ouder worden. Niet dat ze, net als de ooien, hun graaswerk niet goed doen maar ze zorgen ervoor dat er op de gekste momenten lammetjes worden geboren en dat is lastig.
Meestal gaan de lammetjesrammen naar een opkoper die ze zorgvuldig vetmest tot ze halal naar de schapenhemel gaan.
Ik vind dat een naar idee. Wat mij betreft moest het anders. Maar hoe? Dat vereiste een experiment.

Het leek me in elk geval een goed idee om het hoofdstuk opkoper en vrachtwagen te schrappen.
Dus op een kwade dag ging ik met Henry naar het weiland waar onze fokrammen staan. Het zijn er 24 en we hebben er maar zes nodig in de herfst.
Zorgvuldig zochten we de vier minst mooie uit. Dat was nog niet zo makkelijk. Leek het nou zo of waren dit juist de vier liefsten? We stopten ze snel in het karretje dat achter mijn auto hing. Met schouders beladen met schuldgevoel reed ik het karretje naar het plaatselijke slachthuis waar de rammen een bedrieglijk gezellig stalletje kregen aangeboden. Het hok ernaast bevatte vijf aandoenlijke jonge geitjes en verderop stonden drie varkens en een koe. Het zag er uit als een kinderboerderij.
Ik sprak nog wat met de slager over bouten en entrecootjes, wierp een laatste blik op de rammen en reed met een zwaar gevoel naar huis.

Een week later reed ik opnieuw naar het slachthuis, nu om de ingevroren rammen op te halen. Het was nog vroeg en een nieuw slachtdag was zojuist begonnen.
In een hoek hing een nog stuiptrekkend lam leeg te bloeden boven een vat. Een man met een groot mes was bezig een ander van de ingewanden te ontdoen. De staldeur ging open en een grote koe met droevige ogen werd de getraliede slachtkooi binnengeleid. Daar stond ze. Altijd trouw melk gegeven.
” vind je het niet naar om zulke mooie gezonde beesten van het leven te beroven”, vroeg ik de slager, nadat hij met een rustig gebaar het schietmasker op haar hoofd had gezet en daarna haar keel had doorgesneden, het bloed gutste nog na uit de koe.
“Nee” zei de slager. Dat is juist mooi. “Die geven het lekkerste vlees.”


   24 nov

Op basis van argumenten

Als er in mijn kudde iets met een schaap aan de hand is, een zeer pootje of ontstoken uier, dan hoed ik niet prettig en geniet ik minder dan anders. Een vaag gevoel van ongenoegen drukt haar stempel op de dag.
Pas heb ik samen met Martin mijn kudde eens goed bekeken. Martin weet namelijk als geen ander hoe slechte uiers en tanden eruitzien bij schapen. Stuk voor stuk ging elk dier door onze handen, kreeg een scheutje extra mineralen en werd en passant in de bek gekeken.
Mijn kudde bestaat grotendeels uit de lammeren van de kudde van Hijken. Wild als kraaien waren die toen ik er voor het eerst mee ging wandelen. Nog voor ze mij en mijn hond gezien hadden sprongen er al tien de Tjonger in. Dat verhaal moet eigenlijk nog eens opgeschreven worden.
Nu zijn we al weer bijna vijf jaar verder. De lammeren van toen zijn groot, wijs en volgzaam geworden en hier en daar zelfs al een beetje oud. De dieren die het tot nu toe hebben overleefd zijn oersterk en brengen ook weer oersterke lammeren voort, maar daar wil ik het nu niet over hebben. Of eigenlijk wel, want er zijn oudere dieren bij die met minder tanden en een beroerd uier de winter door moeten en dan een lammetje zullen krijgen.
Met Martin als scheidsrechter gaf ik deze schapen een knalroze stip en zo liepen ze, zich van geen onheil bewust, nog heerlijk drie weken te grazen in een malse boerenwei.

Vandaag was het echter zover. Ik had een afspraak gemaakt met de slager in de buurt en de worstmaker uit Oldeberkoop.
Samen met Henry vingen we vijf roze stippen en stopten ze in een klein karretje. Ik was de hele dag al onverklaarbaar knorrig en gespannen geweest.
De schapen toonden zich op hun ontoegankelijkst. Ze draaiden hun koppen weg als ik ze wilde aanraken en staarden met een lege blik langs me heen waar ze me normaal altijd nieuwsgierig aankijken.
Bij de slager werden de vijf in een stalletje gezet. Sinds ik gezegd heb dat ik zo’n betonnen vloer maar niks vind hebben ze er eentje met stro erin als ik kom. Mijn vijf timide schapen kropen stijf tegen elkaar het stalletje in. In de naastgelegen hokken bevonden zich een enorme stier die met zijn horens tegen het ijzer stond te slaan en twee schreeuwerig knorrende varkens. Drie kleine nieuwsgierige geitjes gingen op hun achterpootjes staan toen ik door het gangetje naar buiten liep, langs meer knorgeluiden en luid geblaat van twee zwarte schapen uit een aangrenzend hokje, mijn vijf trotse dames met doffe ogen en glanzende vachten achterlatend in het schemerdonker van de slagersstal.
Wel eens vaker heb ik voor Henry schapen naar de slager gebracht.
Nu voor het eerst heb ik zelf dieren aangewezen. Trouwe dieren die me al vijf jaar lang vergezellen, weten wie ik ben en me begroeten als ik ’s ochtends het net in stap. Morgen om zeven uur zijn ze aan de beurt. Op basis van argumenten.


   30 dec

de herdertjes lagen bij nachte

Op kerstavond hield de plaatselijke kerk een belevingstocht met als thema “het kerstverhaal”. Daar hoorden hoe dan ook een kudde en een herder bij. Daarom werd er al in april geinformeerd of ik met wat schaapjes op een pleintje in het dorp zou willen gaan staan die avond. Omdat het nog zo ver weg was had ik zonder al te veel bedenkingen “ja” gezegd, maar op de avond zelf had ik hartgrondig spijt.

Mijn plan was om met de zes schapen, waaronder Lotje en Twiggy, en het schotse hooglanderstierkalf Koeky dat hier in de tuin staat, rustig naar het plein toe te wandelen, daar bij een van de vuurkorven te gaan staan om Lotje en Twiggy hun aaibare werk laten doen en dan vervolgens weer terug te wandelen.
Het begon echter om half vier al aardig donker te worden. Dikke plensbuien en kleine watervallen deden een wedstrijdje mensdoorweken. Koeky en de dames vonden dat het kerstspel zich ook wel in hun eigen stal kon afspelen en verschansten zich daar in een dikke laag stro. Vooral Koeky, die een dezer dagen echt op de lijst stond om te worden omgetoverd tot os, deed verschrikkelijk zijn best om uit het zicht te blijven.
Omdat de weg naar het dorp lang en donker is leek het me helemaal geen veilig idee om daar met een onwillige minikudde te gaan wandelen.
Gelukkig schoot Henry me te hulp.
Hij laadde een trailer vol tamme schapen uit een wei in Fochteloo en zette die alvast klaar op de dorpsbrink.
Nu hoefden Muis en ik alleen nog verkleed als herder – zo’n oude vilthoed, ik zweer het je, is bij zulke regen zo gek nog niet- met de schaapjes naar de vuurkorf te lopen en ons tussen de engelen te begeven.

Op het plein stond een huifkar met een aantal witgeklede kindertjes erin.
“goed nieuws, goed nieuws!” schalde het uit een luidspreker naast de kar. Een modern orkestje dat nergens te zien was probeerde de kinderen tot zingen te verleiden. Sommige kindertjes bewogen hun monden maar de meesten keken een beetje onwennig naar de witgeklede koorleidster die in de regen voor de kar stond. “Goed nieuws, goed nieuws” articuleerde deze opvallend. “Jezus is geboren”.
Ik verwachtte ‘nu zijt wellekome’ en ‘de herdertjes lagen bij nachte’ maar dat stond niet op de playbackband. Ook hier was de moderne tijd aangebroken.
De schapen vonden het niets. Ze trokken zich samen tot een verregende bal en begonnen te herkauwen, iets wat schapen in vrijwel alle situaties doen als er niets te beleven valt.
Ondanks de regen schuifelde er een onafgebroken stroom mensen langs de vuurkorf en het kinderkoor. Het werd later en later en we werden natter en kouder.
Omdat de magen nu leeggekauwd waren werden de schapen nieuwsgierig naar hun omgeving. Ze maakten zich éen voor éen los uit de kudde om het terrein te verkennen. Vooral de grote lampen die vanaf de grond het kinderkoor verlichtten moesten het ontgelden zodat er op de huifkar een angstaanjagend schouwspel ontstond van wezens met lange poten en enorme oren. Het kinderkoor dat nu half in de schaduw verdween vond het leuk. “Goed nieuws, goed nieuws”, playbackten ze met hernieuwd enthousiasme. De eersten begonnen over de rand van de kar te hangen om een schaap te aaien. Gelukkig kwam Muis, die al die tijd als een boomstronk op de grond had gelegen waardoor er een aantal mensen in het donker over haar gestruikeld was, de orde herstellen en vrij snel daarna doofde de vuurkorf en droogde de mensenstroom op. Na een laatste keer “goed nieuws” mochten ook de kinderen uit de huifkar. Het regende nog steeds.
Nu hoefden alleen nog de schapen in de trailer en dan konden we naar huis.
Wat was ik blij dat ik in 2013 leefde en niet bij nachte in het veld hoefde te liggen.
“Goed nieuws, goed nieuws”, neuriede ik ongemerkt toen ik thuis mijn warme bed in stapte.


   18 dec

Winter nomads

Binnenkort (premiere 16 januari) komt er een documentaire in de filmhuizen (vooralsnog alleen in Amsterdam helaas) waar ik me nu al op verheug.
De film heet Winter Nomads en is winnaar van de European Film Award voor Beste Documentaire 2012.
In deze opmerkelijke road movie leren we door de schitterende winterse beelden van weidse landschappen en de kennismaking met het herdersstel Carole en Pascal het eeuwenoude herdersbestaan tot in detail kennen. Vier maanden lang volgt Manuel von Stürler de veelbewogen tocht van de ervaren herder Pascal samen met debutante Carole: hun omgang met hun drie ezels, vier honden en zo’n achthonderd schapen en met elkaar, het ontroerende jaarlijkse weerzien met bekende boeren, maar ook de verrassende ontmoetingen met vreemdelingen. Tegelijkertijd toont Winter Nomads de ingrijpende consequenties die de moderne wereld heeft op de werk- en levenswijze van de herders, waarbij de landelijke gebieden plaatsmaken voor industrie en bebouwing.

Voor meer informatie, kun je kijken op de website: http://www.cinemadelicatessen.nl/films-277-winter-nomads.html. Dit is de link naar de trailer: http://www.youtube.com/watch?v=Odo8n-nCX0g&feature=youtu.be

Zegt het voort en ga kijken!


   15 nov

Marktplaats

Mocht je eens iets minder te doen hebben en jezelf een avontuurlijke dag gunnen, kijk dan eens op marktplaats onder de rubriek ‘Gratis af te halen’. Voorwaarde is wel dat je geen haast hebt.
Een paar dagen geleden stond er daar tussen de lieve cavia’s (wegens allergie) en de verlopen bankstellen (met kleed erover beslist nog heel mooi) ineens een houten schaftkeetje af te halen.
Voor ik het wist had ik de telefoon al in handen, en zo kwam het dat ik de dag erna vol goede moed en een tas vol gereedschappen op weg ging naar het hoge noorden. De avond tevoren had ik vlak voor ik indommelde een bezorgd visioen over alle klussen die al op mijn pad lagen, aangestaard door een ineenzakkende keet achterop het veld die steeds maar verwijtend “hebberd” riep. Ik verdrong het en viel in slaap.

Op een voormalig beeldhouwatelier in het vlakke land van Groningen was tijdens de storm een enorme boom gevallen. (Nee, niet op het keetje want dan had ik niks meer te vertellen, maar op het dak van de schuur.)
Helaas was het atelier compleet ontwricht en de eigenaren waren bezig de inhoud te verhuizen. Nu weet ik uit ervaring hoe dat is om je atelier leeg te moeten ruimen.
Honderden vondsten die je altijd nog eens dacht te gebruiken vragen nu om een definitieve beslissing: meeslepen of ‘entsorgen’. Al deze voorwerpen wakkeren plannen aan en brengen projecten in je gedachten waar je ineens ook heel veel zin in krijgt maar helaas op dat moment juist geen tijd voor hebt.
Entsorgen dan maar. Met spijt in je hart breng je de hele rats naar de stort en verhip, na drie weken zou je toch precies dat ene stuk hout…
Ik voelde dan ook diep mee met de opruimers, die nu besloten hadden het atelier definitief weg te doen en elders opnieuw te beginnen.

De keet stond achter de werkplaats. In de loop der tijd waren er struiken omheen gegroeid en hadden zon maar vooral ook regen hun sporen getrokken op de houten wanden. Die waren er weliswaar interessanter maar niet steviger van geworden.
Het was een allerliefst keetje. (met kleed erover beslist nog heel mooi).
Het zou wel een hele klus worden om het weer stevig te maken.
Voorbereid op loszittende ramen en afwezige verlichting trok ik mijn hele gereedschapsarsenaal tevoorschijn.
Waar ik echter niet op gerekend had was de deplorabele staat van de banden van de keet. Hiermee moest ik straks een heel eind gaan rijden!
“Nu kan ik nog terug”, dacht ik bij mezelf. “Dit is gevaarlijk. Wat moet ik nou weer met zo’n gammel ding. Alsof je niet al klus genoeg hebt!”
Ik zei echter niks.

Ondertussen groeide de wederzijdse sympathie tussen de atelierbezitters en mij. Gezamelijk schroefden we de deur vast en ruimden we stenen en struiken. Er was verse koffie en appeltaart. Het zonnetje scheen blij, de vogels kwetterden. We waren alledrie even handig. Het was een feest van improvisatie. Ik zette me over mijn twijfel heen.
Eerst moesten de banden harder worden. Via een bekende smid in het dorp konden we uiteindelijk een fietspomp met autonippel regelen. Toen bleek dat het ventiel van een van de banden niet helemaal recht zat. Met een schroef achter het ventiel en twee handen op de nippel lukte het uiteindelijk om lucht in de band te krijgen dat er ook direct weer uitliep omdat er iets inwendigs bleef hangen. Door het fanatieke gebruik en ook een beetje door de houtworm brak het handvat van de fietspomp vervolgens in tweeen. Wonderwel had ik precies het goede boortje mee. Met ingekort handvat konden we weer verder.
Beurtelings deden we een pompronde en een nippelronde en uiteindelijk, toen we alledrie hijgend begonnen op te geven, zat er net genoeg lucht in de band om te kunnen rijden.
We duwden de keet van haar plek. Daarbij raakten we met een zijkant een uitgegroeide bessenstruik (niet eens zo’n hele grote) waardoor de hele linkerachterhoek in een keer losliet. Je kon nu door het gat naarbinnen kijken. “Je kunt nog terug”, sprak een stemmetje in mijn achterhoofd. Maar nu was het ding al van zijn plaats en stond het me verleidelijk lachend aan te kijken.

Toen moest de keet natuurlijk nog worden aangekoppeld. De meegebrachte verlichtingsbalk deed het zowaar bijna gelijk en zat zodra ik me had omgekeerd al vast met een prachtig gekleurd touwtje en handige knoop.
De koppeling was helaas ingedeukt zodat ie nooit op de trekhaak zou passen. Na die ontdekking begonnen we te praten over slopen, kampvuurtjes en oud-ijzer prijzen en had ik een laatste goeie reden had om de keet te laten staan.
Maar een waar improvisatietalent geeft zich niet snel gewonnen. Met een lange koevoet wrikten we net zo lang tot het handvat van de koppeling “klik” zei en losschoot. Dat was het beslissende geluid. Ik zou de keet daadwerkelijk mee gaan nemen. Ik moest wel even slikken.

De eigenaresse van de keet reed voorop met knipperlichten door de doolhof van het groningse platteland gevolgd door mij met het klamme zweet in mijn handpalmen omdat ik wist hoeveel scheurtjes er in de banden zaten, hoe slecht de koppeling eigenlijk paste en hoe weinig er nog over was van een degelijke bovenconstructie. Het ging niet harder dan 50, wat eigenlijk al onverantwoord snel is.

En nu staat ie in een hoekje van het veld tussen alle andere klussen. Verwijtend maar oh zo schattig.

Dank je, Ingrid en Jürgen, voor deze onvergetelijke blije dag. Teamwerk van zielsverwanten. Wat vind je toch een fijne dingen op Marktplaats.


   14 nov

Op jacht

Ik zit bij de kachel met mijn laptop op schoot.
Muis en Vlerkje maken achter mijn rug jacht op een muis die in de zak kalvermelkpoeier was geklommen en zonet uit haar tijdelijke kooitje is ontsnapt.
Ik kan het arme beestje niet helpen zolang het zich niet opnieuw laat vangen.

Vooral Vlerkje is snel. Muis is slimmer.
Samen snuffelen ze luidruchtig achter de mand met stookhout en onder de kast.
Daar zit ie nu verstopt.

Ik geef ze weinig kans tegen de muis. Het beestje is snel en weet dat er op ‘m geloerd wordt. Voorlopig verwacht ik dan ook geen actie.
Als ik me weer naar mijn beeldscherm buig zie ik vanuit een ooghoek een schim langs de plint schieten. Vlerkje duikt er meteen bovenop.
Er klinkt een angstig gepiep. Verbaasd laat Vlerk los. Het gepiep stopt.
Als ik poolshoogte ga nemen zie ik de muis met uitpuilende oogjes zichzelf aan twee voorpootjes onder de kast slepen.
Dan komt Muis in actie. Aan zijn staart trekt ze de muis onder de kast vandaan.
Ik hoor iets kraken. Nog één klein piepje.
Nu is de muis er echt geweest.
Kennelijk heb ik toch jachthonden.


   16 jul

het heen en weer

foto: Edwin Baron

Vanuit het keurige Oosterwolde Noord, de wijk waar normaalgesproken geen grassprietje verkeerd ligt maar sinds deze week wel schapenkeutels op de straat vertrok de kudde op zondagochtend naar Ontwijk. Dat is een heerlijk park bij Donkerbroek met dennebomen en heide en een heel mooi vijvertje. Twee jaar geleden is het alweer dat ik met mijn keet naast dat vijvertje stond en door de onweersregen sprong omdat het zo warm was.
Nu was het opnieuw zo warm. De kudde hijgde ervan. De afstand was behoorlijk, zo’n acht kilometer. Het laatste gras was niet werkelijk lekker geweest en onderweg viel er weinig te grazen. Zo kwamen we al slomer wordend aan in Donkerbroek, waar we onder de N381 door moesten.

Het tunneltje kende ik inmiddels. Op de kanten staat een voor een schaap kennelijk onweerstaanbare grassoort. Levensgevaarlijk. Mijn schapen vergeten hun waardigheid en kuddegeest en vliegen als geiten de steile tunnelranden op en af om maar bij dat gras te komen. Mochten ze sloom zijn van de lange wandeling, als ze dat gras ruiken krijgen ze op slag weer nieuwe levenslust. Maar in dit geval was ik ze voor geweest. Dit tunneltje had al eens eerder voor moeilijkheden gezorgd. Met een mobiel netje had ik in alle vroegte de tunnelrand zo gebarricadeerd dat geen schaap het in haar bonkige kop zou krijgen om van het gras te gaan proeven.
Zo voorbereid liep de kudde haast als vanzelf de tunnel in. En er ook weer uit. Nu ja…liep? Wat ze bij de ingang niet mochten deden ze nu dubbel zo hard. Als kangaroos hipten ze de steile tunnelrand op om zich even later weer naar beneden te storten met een bek vol sprieten en dan opnieuw een reuzensprong te wagen. Een deel van de kudde verdween onopvallend in het hoge gras om aan een orgie te beginnen.
Gelukkig waren we onder de weg door en met wat overredingskracht formeerden Muis en Amy na een korte pauze weer een peloton.
Ik stak mijn duim op naar mijn begeleidingsauto. Dit was een lastig stukje geweest en het ging vlekkeloos.
Een kleine honderd meter verdergewandeld ving ik een mekker op. Een tamelijk wanhopige mekker, eigenlijk.
Op dat moment hoorde ik ook een claxon en zag ik een mevrouw met twee armen zwaaien. Mijn tevreden gevoel verdween op slag.
Op de drukke kruising van de A381 liep een schaap. Een eenzaam schaap, volslagen in paniek. Het was op weg naar de verkeerde kant.
Auto’s remden, zizagden en knipperlichtten, mensen zwaaiden en riepen. De aanblik was chaotisch.
Zo snel als mogelijk wendde ik mijn logge containerschip schapen en, ineens zonder morren, dook iedereen het tunneltje weer in. Deze keer was er geen schaap die aan het magische gras dacht. Eensgezind renden we het hulpgeroep tegemoet.
Met een langgerekte jammermekker stormde het eenzame schaap op de kudde af zonder verder acht te slaan op alles wat zwaaide en knipperde. Wat was iedereen opgelucht!
Helaas moesten we nu de nogmaals tunnel door. Inmiddels had zich daarin een flinke groep wielrenners verzameld. De eerste schapen begonnen alweer naar het onweerstaanbare gras te loeren dat door het met net afgezette tunnelwandje stak. Gelukkig was dit een begripvolle groep racefietsers. Ze drukten zich met fiets en al tegen de wanden om de horde te laten passeren en wonder boven wonder kwamen we als hele kudde weer uit de tunnel. Pas in het bos daalde mijn hartslag weer tot een aanvaardbaar niveau.


   15 jul

op pad met de herder

Een klein jaar geleden zat ik in het gezellige atelier van Hawar, een in Oldeberkoop gevestigd textielatelier, of, zoals ik laatst ergens las “een bijzonder bedrijf waar de mooiste dingen van schaapswol worden gemaakt. Ziewww.hawar.nl. Bedrijf trekt (inter)nationaal bezoekers” de plannen voor een schaapscheerdersdag uit te werken.
De ideeen buitelden over elkaar en vanuit het niets onstond er een geweldig leuk (bedrijfs)uitje: ’s ochtends op pad met de kudde, dan de keus uit een picknick op de hei of een lekkere streeklunch in restaurant Le Brocope en vervolgens aan de slag met de schapenwol van de kudde in het textielatelier.
We doopten het ‘het Woldeberkoop arrangement’. Je kunt als groep maar ook individueel inschrijven. Lees meer hierover op deze pagina.


   09 jul

runaway bride

Niet lang geleden werd ik als schaapherder gevraagd om met mijn kudde het Vikingfestival in Noordwolde op te sieren. Ik leek toch in de buurt te zijn en zei ja, omdat ik wel van vikingen houd.
Eerst dacht ik dat ik bij de recreatieplas mocht komen grazen, vlak bij het voor drie dagen opgeslagen tentenkamp van de weekendvikingen, maar bij aankomst in het dorp bleek al snel dat ik in een strookje gras langs de aanrijroute was gedacht.
Omdat mijn kudde een rondtrekkende schaapskudde is was ik in de tussentijd al weer een eind van Noordwolde afgezworven. Inmiddels stonden we ongeveer twintig kilometer verderop in Oosterwolde, in een keurig woonwijkje de slootkanten leeg te grazen. Dat maakte dat ik ’s ochtends vroeg op goed geluk 8 schapen in een piepklein wagentje had geladen. Nog net op tijd kon ik Twiggy er weer uit trekken, die er natuurlijk als eerste was ingesprongen, omdat haar lammetjes niet meekonden. Dat zou naarmate de dag vorderde een hoop gemekker hebben opgeleverd. In een zelfgemaakte vikingjurk, waarvan de stof een chique linnen broek was geweest die ik de dag ervoor met veel stress had omgebouwd, en twee folkloristische vikingvlechten in het haar, streek ik neer tussen de moderne ijzeren dranghekken op mijn stukje gras.
Ik begon me al snel knap eenzaam te voelen. Op een paar mensen uit de buurt na kwam er niemand voorbij. Het veldje was te klein voor een demo met de honden, de kudde te klein om op te vallen.
In de verte klonk het draaiorgel, dat naast de grote opblaasspringkoe was neergezet. Vanaf de andere kant kwam de geur van versgebakken vikingfrietjes. Daar stond ik dan, authentiek te wezen.
Om enigszins vrolijkheid in het geheel te brengen besloot ik om naar de recreatieplas te lopen. Herders zijn nu eenmaal rondtrekkende wezens, zeker in de vikingtijd.
Mijn schaapjes waren nog niet helemaal op elkaar ingespeeld. Normaal hebben ze elk hun eigen plek in de kudde. Nu stonden ze ineens naast een wildvreemd schaap onder zeer bedreigende omstandigheden, iets wat voor een schaap genoeg is om op hol te slaan.
Toen ik mijn dranghek dan ook opende om naar buiten te stappen drong de minikudde zich een weg langs me heen en splitste bij de ingang van de commerciele jaarmarkt, waarbij de schuwsten het op een lopen zetten de woonwijk in en de wat tammeren een kijkje in de winkelstraat probeerden te nemen. Gelukkig had Muis haar dag. Met een vaartje haalde ze de vluchtende schapen terug, nam achter me langs ook de winkelende dames mee en ineens liepen we rustig met zijn allen door een zijstraat om te wennen aan onze nieuwe samenstelling.

Een lieve familie loodste me door het bos naar de Spokeplas waar het echte vikinggebeuren plaats vond. Van verre kon je de kampvuurtjes al ruiken en de behaarde brede mannen met leren voorschoot ook. Mijn schapen waren inmiddels aan elkaar gewend en vermaakten zich opperbest. Tussen de kramen stond genoeg te eten zodat ik zelfs tijd over had om af en toe eens een praatje te maken met een koopman van spintolletjes of een malieënkoldersmid. Het was een leerzame tocht.
Net voordat ik aan de honingmede wilde beginnen herinnerde ik me dat ik verwacht werd om mee te lopen in de stoet van de Vikingbruiloft die door het commerciele stuk van de markt liep.
We waren maar amper op tijd terug op onze plek. Nauwelijks tussen mijn dranghekken kwam de bruiloftstoet al in het zicht. Er was een orkest met middeleeuwse klanken, kooplui met mandjes, een kar met paarden ervoor waarin de bruid, een verklede menigte met bontvellen en achteraan een groep mensen die geschminckt waren alsof ze de pest en typhus tegelijk hadden. Hoe die in de bruiloft pasten begreep ik niet helemaal, maar het was de bedoeling dat de schapen zich achter deze groep aansloten in de tocht.
Mijn schapen hadden weinig moeite met de pestlijders.
Al snel liepen ze gezellig tussen de geel en rood gevlekte strompelaars. En niet veel later ervoor. Vervolgens passeerden ze wat opdringerig de mensen met de mandjes, de kar met het paard en daarna de bontvelmensen.
Hun tempo wilde zich niet zo aan de stoet aanpassen.
Eenmaal tussen het orkest bleven ze wat hangen. Het zal met het franstalige vikingdeuntje te maken hebben gehad, wat over wijn, wijn en nog meer wijn ging en heel gezellig klonk. Ik floot Muis om hulp maar die liep klaarblijkelijk nog tussen de pestlijders want ze kwam niet en mijn hulpfluitje verwaaide in de klanken van het middeleeuwse orkest. Ik begon het een knap spannende aangelegenheid te vinden.
Nadat we de muziek gepasseerd waren stonden we ineens vooraan in de stoet, geflankeerd door twee als beul verklede vaandeldragers. In de verte zag ik op het podium een brede harige viking in bruiloftstenue staan grijnzen.
Ik kreeg het benauwd. Voor ik het wist zou ik wel eens voorgoed in de echt kunnen zijn verbonden met dat Vikingmens.
Uit het niets dook Muis op.
Schielijk keek ik opzij om te zien of de beulen opletten, en toen ik zag dat er eentje bezig was om zijn vaandel uit een boomkruin te trekken zijn we snel een zijstraat ingeglipt. Daarna zijn we maar veilig tussen de dranghekken gebleven.


   22 feb

de eerste

Leidschaap heeft haar naam eer aangedaan.
Toen ik vanmiddag naar de schapen ging kijken kwam ze trots aangewandeld met een klein zwart ooilammetje achter zich aan. De lammertijd is begonnen. Nu Leidschaap het voortouw heeft genomen zullen er vast meer lammetjes volgen. Morgen snel weer kijken!