www.tegrazen.nl

een zomer vol gemekker … berichten uit Friesland

   02 jul

eieren en nesten

Hoe komt zo’n ei nou midden op de hei, vroeg ik me af toen ik me bukte voor iets wat nog het meest op een vuistgrote marmersteen leek.

Het antwoord lag een afgekloven kippenskelet, twee kale hazepootjes, een bosje veren en een groot hol verder. Een vos natuurlijk.
Een vos die in een oude dassenburcht is gaan wonen.
Sinds ik het tegen kwam gaat het liedje niet meer uit mijn hoofd;
Ik kocht een ei de melkboer zei;” ‘t komt zo onder de kip vandaan, ‘k ben nog te laat van huis gegaan om ‘t mee te kunnen nemen. Hier heeft u een jong leven, voor 16 cent of meer, en namens de ouders smakelijk eten meneer”. Dat is Jaap Fischer/Joop Visser, en voor wie wil weten hoe het klinkt heb ik hier een klein stukje voor jullie gevonden. http://www.last.fm/music/Jaap+Fischer/_/Het+ei
Jaap/Joop is nogal van de copyright, dus helemaal laten horen dat kan alleen als je een keertje bij mij thuis naar de cd komt vragen. Trouwens wel de moeite waard.

Dit ei is zwaar en vol krasjes van tanden of nagels die het niet hebben kunnen breken.
Het klotst een klein beetje maar piept niet. Geen kuikentje.
Ik ga ‘m bewaren en hoop dat ie droogt. Een zwaan zal er nu toch wel niet meer uitkomen.

Nu we het toch over eieren hebben…wat vinden jullie van dit nestje?
Prachtig vlechtwerk tussen het pijpestro. Het is het werk van een dwergmuis. In het groeiseizoen is het groen, als het herfst wordt verdort het gras mee. Slim he. Dit nestje is van vorig jaar.

Mijn nieuwe huis in Prikkedam staat naar keuze aan een zandpad of een dijk. Overdag woon ik naast de heide op het Zandpad, ’s nachts bivakkeer ik op de Dijk. Elke ochtend wandel ik twintig minuutjes met mijn schapen om van de dijk naar het zandpad te komen, ’s avonds doen we dat andersom. En dan wandel ik weer terug om mijn onderkomen op te halen.

De tocht met de schapen kent gevaren.
We moeten de lange dijk af, om door een hek de weg op te kunnen. Daar moeten we over een brug waar auto’s overheen gaan, door een weiland, langs een boerenerf met hond en dan over het zandpad naar de hei.
Nu het zo warm is loop ik daar al om kwart over zes met mijn schapen. De ochtendnevel hangt dan nog over de velden, zo dicht dat ik de achterste dieren van mijn kudde bijna uit het zicht verlies.
Vreemd genoeg rijden hier om kwart over zes grote hoeveelheden mannen met een noodgang over de brug. Ik sta steeds doodsangsten uit als ik zwaaiend met mijn stok de weg opstap.
Tot nu toe gaat alles nog steeds goed. Muis weet nu wat ze moet doen en schapen zijn gelukkig gewoontedieren. Maar ik blijf de dag vrezen dat zich een slaapdronken boerenzoon met flinke snelheid in mijn kudde boort.

De dijk is ok om op te slapen, maar niet echt fijn. Ze ligt (natuurlijk) aan de Tjonger. Helaas je kunt hier nergens het water in of uit. De hondjes wagen nog wel eens een sprong, in het volste vertrouwen dat ik ze er wel weer uit zal vissen, en dat doe ik ook. Dan schudden ze zich dankbaar uit naast hun redder, die op haar beurt weer meeprofiteert van een gratis douche. Dat heet samenwerking. Herder en hond. We kunnen zo in een televisieserie.
’s Nachts ligt de dijk te openbaar naar mijn smaak, en slaap ik onrustig, banggemaakt door de terreinbeheerder die de Prikkedammer afschildert als notoire dassenburchtvernieler en stroper. Door mijn dromen sluipen mannen op klompen, die zich zwaaiend met toortsen om mijn busje verzamelen. Ze lispelen Friese keelklanken terwijl ze aan mijn sloten morrelen, stikkende dassen in een jutezak.
Het plan om met autodeuren open onder een muskietennet te slapen nu het zo warm is heb ik laten varen. Het enige raampje wat open mag is het hondenraampje, want wie daardoor ’s nachts zijn Prikkedamse vingers steekt komt Amy tegen.

Nee, dan het Zandpad! Waar door gletschers meegenomen fijnzand met hoogveen vrij spel heeft om zich door de naden van mijn bus te dringen, elke keer als de trekker van de boer langs komt rijden. Die trekker houdt zich niet in. Het helpt ook niet mee dat er nog veertig koeien achter de trekker aandraven, twee keer per dag.
De boer en de buren houden om beurten maai- en draaisessies langs het pad met een gekmakend geronk dat diep op de hei doordringt.

Alles zit onder het stof. Op mijn dashboard heeft zich een grijs poederlaagje genesteld wat je, als je beter kijkt, ook vindt op de rest van mijn bezittingen.
Gisternacht kon ik op de dijk, met dichte deuren natuurlijk, nog nagenieten van het zandpad in mijn slaapzak.
Ik kijk uit naar de volgende plek, een stil vennetje met hei en een bospad met een veilig hek ervoor. Nog eventjes dooreten hier.


   23 jun

dream on…

“We gaan woensdag schapen scheren in de buurt van je huisje en we hebben je hulp nodig” belde boswachter Ina uit de Kennemerduinen.
Mijn hart maakte een sprongetje. Wat een kans om te laten zien wat ik allemaal kan! Mijn gedachten sloegen gelijk op hol. Ik werd toch nog Kennemerduinse schaapherder. Ik zou in het huisje blijven en zorgen dat die magere schaapjes daar nooit meer honger leden. Zieke schapen lapte ik op in mijn weitje, en niemand zou me meer als een rechteloze huisoppas behandelen. Op den duur zou het bos vrij zijn van vogelkers, iedereen dankbaar en ik zou viltles geven in mijn boshuisje. En spinnen, en, en…

De blijdschap was van korte duur.
Mijn hulp zou bestaan uit het verschaffen van stroom voor het scheerapparaat. Het stopcontact had ze al gevonden.


   22 jun

te hooi en te gras

In Friesland draait het leven om de grasverwerkende industrie.
De veel geprezen plattelandsstilte moet wijken zodra het gras langer wordt.
Tractoren met messen, wentelaars, richelmakers en oprollers ronken zich zonder pauze door dag en nacht, om de oogst maar  voor het vallen van de regen veilig in het plastic te wikkelen.
Omdat mijn graaskavels postzegels zijn op een ansichtkaart van grasvelden zit ik er middenin.
Vanochtend zag ik een radeloze reeenmoeder vluchten voor een veel te grote, veel te snelle maaibalk, haar jong verstopt in het hoge gras.
Vanaf nu kijk ik niet meer zo onbevangen naar een baal hooi.


   18 jun

Boshuisje

Als een donderslag bij heldere hemel kwam het telefoontje van het blije meisje van Ad Hoc. Of ik de brief al gelezen had, vroeg ze.
Brieven van Ad Hoc betekenen zelden iets goeds.
Toen ik me had laten uitleggen dat het de opzegbrief voor mijn boshuisje was vroeg ze enthousiast; “en wil je dan in een ander pand van ons?”
Mijn opzegtermijn was twee weken, dus de dertigste moest ik eruit. Tjee.
Ik vroeg wat ze in de aanbieding had, en de blijheid verdween een beetje uit haar stem. Gelukkig maar, want ik vond het nogal ongepast.
“Nou”, zei ze aarzelend. “Eigenlijk niets. Of wilt u soms naar Heerhugowaard?”

Een dag later belde er een man met een grafstem. Stukken beter, vond ik. Hij wist niet of ik er blij mee was, maar ik mocht nog tot eind augustus blijven zitten.
Nu ja. Fijn. Dat nou niemand ziet dat ik de aangewezen persoon ben om tot mijn dood in dat huisje te wonen en er dieren op te lappen, fikkiestokers te vangen en fietspompen uit te lenen.
Moet ik dan toch maar naar Friesland verhuizen? Is dat dan voorbestemd?
Maar waar haal ik hier een boshuisje vandaan waar de boswachters zo aardig zijn?
En wie zorgt er straks voor de druif en mijn appelboompje?


   18 jun

Tandjes

“Schapen redden heide van buitenaardse plantvorm”
Zo moet de krantenkop eruit zien als de PLANT de pers gaat bereiken.

Er is een ware speurtocht naar hem gedaan. Het was moeilijk, want hij staat noch in flora’s noch in kamerplantenboeken.
Het is kennelijk wel degelijk een bijzonder exemplaar.
Uit Wageningen kwam het volgende:

Welingelichte bronnen zeggen dat het om een vleesetende plant gaat (Sarracenia; zie hieronder). Die schapen mogen van geluk spreken.

Of de plant ook van geluk mag spreken betwijfel ik. Of het moet voor een vleesetende plant het hoogste goed zijn om te worden opgegeten.

Hoewel ik onder de sarracenia’s heb gegoogled, kom ik nog steeds niet mijn exemplaar tegen.
Zou het toch een buitenaardse levensvorm zijn?


   12 jun

Plant: vervolg

Mijn nieuwe thuis heeft een bankje. Een bankje in de zon waar je heerlijk op kunt ontbijten en lezen.
Het staat op een mooie herdershei die klein is en overzichtelijk. Vanaf het zonnige bankje kun je precies zien waar de honden lopen, en af en toe fluit je eens wat naar ze terwijl je een kopje koffie zet. Dacht ik.
Maar zo ideaal is het maar vijf minuten. De schapen hebben na zo’n tijd in het net meer trek in stevige kost en proberen met zijn allen zo onzichtbaar mogelijk het struikgewas in te sluipen. Hun opzichtige geknor en het geschud van boompjes verraadt ze gelukkig keer op keer, maar het meegenomen boekje kan ik wel wegleggen. Lezen is ook al geen herdersactiviteit.

Het ruikt hier heel anders dan op de Tjongerdijk. Doordat de schapen daar door gras en kruiden stampten hing er de lekkere geur van verse meloen. Hier ruikt het naar Hulshorst. Dat is een magisch woord voor fijne herinneringen.

Op mijn hei staat ook een rare plant.
Een hele mooie, zoals jullie op de foto al zagen.
De plant heeft vooralsnog geen naam, en ook niemand onder jullie heeft ‘m blijkbaar kunnen thuisbrengen.
Nu had ik de plant flink ingebouwd met een kratje, voor het geval het een bijzonder exemplaar mocht wezen. Je weet maar nooit. Schapen vinden de raarste dingen lekker en in een onbewaakt moment kan er eentje aan je aandacht ontsnappen.
Ik had de nieuwsgierigheid van schapen echter zwaar onderschat.
Toen ik opkeek van een lange staar door mijn verrekijker zag ik de verte een kleine ramp. Een omgetrapt kratje, een klontje dringende schapen, alleen nog kale stelen en een laatste bloem die in Hapje verdween. Weg eeuwige roem als plantenvinder.
Gelukkig heb ik de pers nog niet gewaarschuwd.

De verplaatsing liep vlekkeloos. We zijn donderdagmiddag al grazend op weg gegaan. Eerst over de Tjongerdijk, vervolgens nog een keer over het Schuregasterveld met de slangen en dan het spannende gedeelte, over het fietspad en langs de weg.
Als een echt team gingen we. Amy in de achterhoede, Muis sloot alle toegangen af naar de akkers en de verleidelijke zijpaden, in ik liep voorop een beetje de herder uit te hangen.
Het was heel erg warm. Op de weg liepen we sneller om zo gauw mogelijk de bocht om te zijn. Zo’n bocht waarin een gek die te hard rijdt ineens voor je kudde staat. (Dat vond ik wel eng, er rijden hier nogal wat gekken). Eenmaal in het bos knabbelden de schapen zich een weg naar het raster. Jammer dat de man van Staatsbos die het hek kwam repareren de slagboom juist had dichtgedaan in plaats van open, maar dat was een kleinigheid…schapen kunnen prima springen.
Na afloop lekker in de Tjonger gedoken. Ik zal ‘m gaan missen.


   11 jun

Raadselplant

Wie van jullie kent deze plant?
Hij staat in zijn eentje in een vochtig stukje op de heide, en heeft de grootte van een flinke kamerplant. Heb ik iets bijzonders op mijn hei, of heeft iemand stiekum een bol gepoot?


   09 jun

naald

Twiggy

Regen, regen, regen. Motregen. Het lijkt wel niet droog te willen worden.
Ik had het plan om vandaag mijn eerste soloverplaatsing te gaan doen, maar het zit er niet in.
Dat is spannend, zo’n verplaatsing. Allerlei gevaren liggen op de loer, zoals schapen in een ander weiland die met je kudde meewillen, of een sappig maisveld zonder hek eromheen. Of boze automobilisten met haast.
Het is niet zo’n groot stuk, ongeveer anderhalve kilometer, maar er is geen Henry met getrainde honden als achterwacht.
Die afwezigheid heeft ook zo zijn voordelen. Het hoeft nu niet in zo’n moordend tempo, het kan ongezien foutgaan en ik krijg zelf ook geen commando’s.
Maar de regen strooit roet in het eten. Het maakt me lamlendig. Wat ik ook bedenk, ik kan me niet bijeenrapen om te gaan. Ik begin waarlijk gehecht te raken aan die malle Tjonger als thuisbasis.
In plaats daarvan verzet ik de netten. Lekker vaak, zodat de schapen hun buik nog éen keer vol kunnen eten in het malse gras. Straks krijgen ze het heel wat moeilijker, want waar ze naar toe gaan is het schrale heide.

Met Twiggy gaat het niet zo goed. Ze eet wel, maar met kleine hapjes. Het lijkt of ze een zere kies heeft, want ze heeft een flinke bobbel op haar kaak. Maar in haar bek kijken mag ik niet, en dan nog, ik ben geen tandarts.
Ze eet wel handenvol bix, die ik ongezien probeer te voeren. Dat is niet makkelijk, omdat ze steeds als ze me ziet haar bekende mekkertje doet.
Ik besluit om haar een injectie met antibioticum te geven, tegen de ontsteking. Ik kan haar toch niet zomaar steeds dunner laten worden?
Henry heeft me een enorme spuit meegegeven. Met een naald van ongeveer een millimeter doorsnee, waarvan de aanblik alleen al pijn doet.

Die naald moet door het vel, en dat gaat heel stug. Ik heb zelf ook een injectieset, maar dan met dunne naalden. Arme Twiggs, er zit al haast geen vlees meer aan, en dan ook nog zo’n dikke naald in die spillepootjes. nee, die set van mij, die is veel beter.
Als Twiggy argeloos haar neus in mijn hand legt til ik haar op en zet haar op haar staartje, Het arme ding weegt haast niks.
De dunne naald prikt lekker in het velletje, maar als de spuit bijna leeg is beweegt ze haar pootje en hup, naald krom. Vandaar die dikke naalden van Henry natuurlijk. Mijn naald kan wel weg. Maar Twiggy heeft in elk geval geen zere poot vannacht.

We hebben koeien als buren. Het zal de schapen worst wezen, maar de koeien zijn zwaar onder de indruk.

De terreinbeheerder zegt dat ik dunnetjes word en hij kijkt vaderlijk. Het kan best, want als ik tijd tekort kom sla ik het eten over.
Om hem gerust te stellen heb ik gisteren twee bossche bollen gegeten, en vanavond een gerecht met een pond gehakt en een potje capucijners. In één keer op. Misschien komt daar die lamlendigheid wel vandaan.

medicijn voor Twiggy


   09 jun

this way

Keuzevrijheid. Daar draait het om bij een schaap.
Misschien vind ik het daarom wel zo’n grappig beest.
Het wil altijd iets te kiezen, en als je m dat niet geeft breekt ie gewoon uit.

Een schaap wil het liefst
ongezien linksaf slaan terwijl de massa rechts gaat.
eten wat achter het hek staat en niet erin.
Met zijn allen samen tegen de hond.
Maurice de Hond, ook.

Hebben jullie al gestemd?

This-way


   07 jun

Gluurders

Ik sta vlak bij het schapennet geparkeerd vannacht. Het zijraampje kijkt uit op tevreden liggende, volgevreten schapendames. Alles is in diepe rust.
Ik knip het lampje aan in de bus en kijk nogmaals uit het raampje. Staan ze ineens allemaal naar binnen te gluren!
Toch maar een gordijntje nemen.

Morgenochtend vroeg op. De schapen van Henry in Heerenveen moeten worden geschoren, en ik moet ze gaan vangen. Om zeven uur.
Nog gauw een mug tegen het vochtige plafond pletten en dan slapen!

gluurders