www.tegrazen.nl

een zomer vol gemekker … berichten uit Friesland

   12 feb

plichtsgevoel en intuitie

Plichtsgevoel of intuitie dreef me laat in de middag door de natte sneeuw naar het weiland van de Kantelschapen. Die heten zo omdat er af en toe eentje topzwaar is van de lammetjes.
Om bij de Kantelschapen te komen moet je minstens een kilometer door de blubber sjouwen en onder twee stroomdraden door, dus dat doe je niet een paar keer per dag.
Vanochtend had ik met mijn verrekijker vanaf de weg aan de overkant de hele wei afgespeurd en alles goedgekeurd. Er lag geen schaap op haar rug en niks in de sloot.
Ook nu leek van een afstand alles prima in orde.
De kudde zag me aankomen en hergroepeerde, de nekken gestrekt naar het gevaar van de naderende mens.
1 schaap lag helemaal alleen aan de andere kant.
Tevreden, net bevallen van een lam. Zo leek het. (Schapen zonderen zich meestal af als ze gaan lammeren en komen pas weer bij de kudde als het lam en de moeder een band hebben opgebouwd.)
Het was niet langer namiddag, de schemer viel net zo naargeestig als de natte sneeuw, die hard in mijn gezicht kletste.
Het was verleidelijk om dat moedergeluk lekker in haar eentje te laten liggen.
Iets deed me toch een omweg maken.
In de schemering naderde ik het schaap.
Het op het eerste gezicht knus in het gras liggende lammetje had een enorme kop en was dood.
Het moederschaap probeerde op te krabbelen om weg te komen, maar zakte steeds door haar achterpoten. Aan het sleepspoor van het dode lam naar haar ligplaats kon je zien dat ze al een tijd bezig was geweest. Onder haar staart stak de kop van een ander lam, en 1 pootje kwam mee.
Ik had goed opgelet bij Erika in de schapenles. Ook beelden van de bevallings-DVD stond me ineens weer helder voor de geest.
Voorzichtig duwde ik het lam, waarvan je kon zien dat ook deze niet meer leefde, een stukje terug in het moederschaap.
Toen er een beetje ruimte ontstond kon ik zachtjes het missende pootje pakken en het lam er aan twee pootjes uittrekken.
Het schaap was uitgeput. Ik herinnerde me dat ik haar vanochtend ook al een beetje apart had zien liggen. Het arme beest had al ik weet niet hoe lang liggen bevallen.
In het dopje van mijn markeringsspuitbus haalde ik water uit de sloot, en het schaap dronk gretig een aantal dopjes leeg.
Nu was het helemaal donker.
Meer kon ik niet voor haar doen.
Morgenochtend snel kijken.


   12 feb

Lotje

Ik heb een nieuwe beste vriendin.
Ze heeft bruine ogen, krulletjes en een opgeruimd karakter.
Waar ik ga, gaat zij. Zo hoort dat bij beste vriendinnen.

Toen ik haar voor het eerst ontmoette zat ze middenin een modderige greppel. Een gekke plek voor een eerste ontmoeting.
In haar ogen lag een blik van verlatenheid die je alleen ziet bij wezens die de moed hebben opgegeven.
Ik stak mijn hand uit en trok haar uit de blubber.
“Lotje”, stelde ze zich voor.

Die avond kwam ze bij me eten. We hadden het heel gezellig samen, en omdat ze zich zo verlaten voelde maakte ik een bedje voor haar in de logeerkamer.
Dat is haar goed bevallen. Ook het ontbijt de volgende ochtend beviel goed.
En nu wil ze dus niet meer weg.

Ze wordt veeleisender, opdringeriger en ze gaat klagelijke geluiden maken als ze haar zin niet krijgt.
Ook betrapte ik haar net terwijl ze een plas deed achter de stoel.
Steeds als ik opsta wil ze wat eten.
Ze is ongelofelijk nieuwsgierig en ze houdt alles in de gaten wat ik doe. Ik krijg het benauwd!
Ik probeer daarom zo onopvallend mogelijk een advertentie te plaatsen:

In de aanbieding:
Beste Vriendin
Naam: Lotje
Postuur: klein van stuk
Zoekt beste vriend om een tijdje bij te logeren.

Lievelingseten: melk
Etenstijden: 6x per dag
Foto op aanvraag.


   10 feb

verweiden

Zie ik voor het eerst in mijn leven een echte das, is de auto vóór mij er net overheen gereden.

Mijn kudde lammert er lustig op los.
Overal steken ineens puntige oortjes uit het land.
Op een ongelukkig gestorven lammetje na gaat het allemaal voorspoedig.

Gisteren was het D-Day voor de kudde.
Het weiland was leeggegeten en dus moesten de schapen verhuizen.
Het was het prachtigste weer van de wereld. Lekker zonnetje, geen wind.
Dat vond de eigenaar van het weiland ook.
Met de giertank achter een enorme trekker was hij over de stroomdraden van het hekwerk heengereden om door mijn bevallende kudde heen zijn mest kwijt te raken. Dit kwam volslagen onverwacht.
Hier en daar stopte hij om een lammetje opzij te jagen, en op de terugweg kwam hij melden dat die ene, in het midden van het veld, niet wilde lopen.
Dat was niet zo gek, zag ik toen het lammetje in zicht kwam. Het was namelijk nog geen tien minuten oud. De moeder zelf had het allemaal ook nog niet zo op een rijtje. Met een sliert aan haar staart moest ze wijken voor de nietsontziende boer.
Ik kookte inwendig van woede.
Wat een hork van een vent!

Ik had die dag bezoek. Maar liefst vier mensen kwamen de verhuizing bijwonen, en fotograferen.
In plaats van een fototoestel liepen ze tot hun plezier ineens met een pasgeboren lammetje in handen.
Het net bevallen moederschaap was verschrikkelijk in de war. Overal zag ze lammetjes die van haar konden zijn. Ze rende van lam naar lam, snuffelde naar bekende luchtjes en deelde dan een gevoelige oplawaai uit als ze niet naar de hare roken. Die van haar herkende ze echter niet meer zo.
Er waren meer schapen net bevallen. De uittocht vorderde daardoor maar langzaam.
Muis was behoorlijk de kluts kwijt van de lammetjes. Schapen die blijven staan als je dichterbij sluipt, dat kende ze niet. En die kleine schaapjes komen zelfs naar je toe gesprongen!
Ik had stress of het ongeruste moederschaap haar lammetjes nog wel zou accepteren.
En dat alles onder een stralend blauwe hemel.

Gelukkig deed mijn gezelschap het geweldig.
Door een herder in spe werden de achtergebleven schapen met lam voorzichtig richting hek gedreven.
Toen alles uiteindelijk veilig aan de overkant beland was, en de schapen zonder lam een hardloopwedstrijd begonnen naar de groenste grasspriet, hebben we nog een tijd in de zon zitten kijken of de lammetjes gingen drinken. Ze hadden tenslotte nog niet eens de kans gehad om biest binnen te krijgen.
Voor de zekerheid heb ik toen maar een fles gegeven.
En ja hoor…vanochtend stonden ze met zijn tweeen rustig bij mamma, levendig en dik.
Eind goed al goed.

Er is een prachtige fotoserie gemaakt van de overtocht, waarvan er eentje boven dit stukje staat.
foto’s schapenovertocht


   10 feb

Appelscha, vakantiedorp bij uitstek

Eigenlijk hoef je voor het ultieme vakantiegevoel niet naar een ver land als, om maar wat te noemen, Kenia.
Als je bij Appelscha de rotonde oprijdt waan je je al in het buitenland.
Het hele dorp zit namelijk vol wilde dieren en vreemde mensen.
Mijn dagelijkse tochtje langs de schapen wordt in Appelscha al gauw een minisafari.
Zo zou het zomaar kunnen gebeuren dat er een kangaroe voor je auto springt als je de hoek om draait naar de schapenweide.
Om bij mijn schapen te komen moet ik, naast wallaby’s ontwijken, wegduiken voor aanstormende alpaca’s. En die spugen, je weet het.
In de verte klinkt de schreeuw van een papegaai. Wat zou een mens nog op vakantie als hij in Appelscha kan zijn?

Nou, ik weet sinds gisteren wel waarom de mensen uit Appelscha op vakantie moeten.
Dat merkte ik toen ik ’s avonds met een van mijn schapenmaatjes, Nico, een hapje wilde eten in een knus restaurantje.
We volgden het bordje ‘centrum’, en kwamen in een soort vacuuum met een grote parkeerplaats. Daaraan lagen een snackbar, een bowlingcentrum, een pizzeria, een eetcafe en natuurlijk de VVV.
De keus voor de eetgelegenheid was snel gemaakt, want in de pizzeria zat helemaal niemand en bij het eetcafe zat een smakelijk etend echtpaar voor het raam.
We bestelden à la carte een van de typische streekgerechten; een gehaktbal en een karbonade, met friet.

We hadden genoeg te kletsen, dus eerst viel het niet zo op, maar na verloop van tijd zagen we meer en meer mannen onopvallend binnendruppelen met vreemdgevormde revolvertassen. Als op afspraak gingen ze aan de enige tafel met brandende kaars zitten en staken daar een sigaret op, de revolvertas met een achteloos gebaar onder de stoel geschoven.
Van een rookverbod hoefde dit stoere genootschap zich niets aan te trekken, dat zag je gelijk.

Het eetcafe werd lanzaam voller.
De lucht en de sfeer werden evenredig verstikkender.
Ik wilde weg. We moesten vluchten nu het nog kon.
Een voor een begonnen de mannen hun revolvertas open te ritsen.
Toen we naar de uitgang snelden werd duidelijk dat dit eetcafe eigenlijk het rovershol van de plaatselijke biljartvereniging was.
Net op tijd ontsnapt.

We liepen langs de nog immer lege pizzeria naar het cafe bij de dorpsbrug, om daar in een zuurstofrijkere omgeving een kopje koffie te drinken.

Ook hier stond een biljart, waarschijnlijk van de rivaliserende bende. Drie onschuldig ogende oude mannetjes hielden de schijn op, hun revolvertassen verborgen tussen de sanseveria’s. Gelukkig werd na ongeveer een kwartier een reuzenscherm met voetballers achter mijn rug in het blikveld van Nico neergezet. Die deed enorm zijn best om er niet naar te kijken, maar dat werd niet makkelijker toen de box achter zijn hoofd op vol volume werd gedraaid.
We namen afscheid, en ik reed langs de treurig lege pizzeria naar huis.

“Waar zijn al die inwoners dan in die hier gezellig pizza zouden moeten eten?”, vroeg ik me af op de terugweg.
Toen kwam ik langs het bord. “Appelscha, vakantiedorp bij uitstek”, stond erop.
Daardoor wist ik het, en ik kon ze geen ongelijk geven.
Die hebben de tekst ter harte genomen en zijn zelf ver weg op vakantie gegaan.


   03 feb

kruiwagen

Er is een tweede lammetje bij mijn kudde. Mooi bruin wit gevlekt.

Vandaag liep ik de stal binnen van een grote boer op wiens weideland mijn kudde aan het lammeren is.
Het gras was daar bijna op, en ik kwam eens informeren naar een nieuw stukje.
Ik viel met mijn neus in de boter. Er was die middag net een kalf geboren.
Het kalf stond nog wankel op de lange poten en probeerde bij de moeder te drinken. Het was zo’n aandoenlijk gezicht.
De koe was onrustig, en deed nerveus steeds een stapje opzij, net als het kalf met veel moeite een van haar spenen had gevonden.
Wellicht kwam dat ook doordat de boer vlakbij stond te harken in het stro.
Het drinken schoot niet erg op.
Zonder veel plichtplegingen kantelde de boer het kalf door een hekje en schoof hij het een kruiwagen in.
Het werd afgevoerd naar een wit hokje op het erf.
De koe stond ze beteuterd na te staren, de nageboorte nog in een sliert onder de staart.
Zo gaat dat dus, op de boerderie.


   31 jan

Piggy

Twiggy was er weer vandaag.
Dat komt omdat ik mijn rode jas niet aanhad.
Twiggy’s herder draagt namelijk altijd een blauw met witgeruite bloes.
Vandaag was dat het geval.
Ergens uit de kudde kwam ineens een doordringend geblaat, en een heel dik enthousiast schaap stortte zich bovenop me.
Ik herkende haar net zo min, daardoor. Ik heb haar naam maar gauw veranderd. Vanaf vandaag heet ze Piggy.


   29 jan

Verschil van inzicht

Henry is een man van recht op je doel af. Hij laat zich niet afleiden door het rapen van tamme kastanjes of het zien van schapenleed in andermans kudde. Tot voor gisteren knikte ik altijd maar wat als hij probeerde uit te leggen waarvoor dat diende. Stiekum vond ik dan altijd dat hij een hele hoop miste. Vooral compassie.
Dus toen ik over de brug van Appelscha reed en daar in de wei een barend schaap in nood zag liggen bedacht ik me geen moment en ging op zoek naar de eigenaar van de schapen.
De speurtocht begon bij een hippe buurman met een harde stereo, die me verwees naar “dat sjacherijnige oude vrouwtje op de hoek”, die zo doof was dat ik met handen en voeten een barend schaap liep na te doen voor ze me een telefoonnummer van de eigenaar gaf zonder kengetal. Een man met hond gaf me het kengetal van Ravenswoud, maar daar werd de telefoon niet opgenomen.
Ik liep terug naar de wei.
Het schaap keek werkelijk zeer benauwd, dus moest ik maar op weg naar Ravenswoud (he, dat rijmt)
Daar aangekomen vroeg ik bij het eerste huis over de brug naar de schapenman.
Ergens aan de linkerkant met een stapel hout voor de deur, zei een vriendelijke vrouw. Dat maakte het niet eenvoudig want in Ravenswoud hebben ze allemaal een stapel hout voor de deur op dit moment. Januari is houtmaand in Friesland.
Bij de eerste stapel belde ik aan.
Ja, de schapenman kenden ze wel. Verderop, hij heeft een stapel hout aan de zijkant van zijn huis.
In het huis met de stapel aan de zijkant was niemand thuis.
Dat klopte, anders hadden ze de telefoon wel opgenomen. Nu zat ik dus goed.
Dan maar aan de buren gevraagd om een mobiel nummer.
De buurvrouw had net haar notitieboekje met haar dochter meegegeven. Een heel eind verderop, bij het zandpad over de brug, woont een vriend van hem. Die heeft het wel, wees ze na aandringen van mijn kant.
Ik was het al een behoorlijk zat aan het worden, maar met de wanhoop van het schaap in gedachte besloot ik om het zandpad op te rijden.
Langs het pad stuitte ik op de resten van een dode geit.
De maag puilde eruit, de rest van de ingewanden waren weggevreten. De geit lag vlak bij het toegangshek van een boerderijtje, met op het erf her en der stukken schedel en bot van grote graasdieren.
Alsof ik in het hol van een dierenbeul was aangekomen.
Ik overwoog om rechtsomkeert te maken. Als dit de vriend van mijn schapenman was, kon ik net zo goed het barende schaap meteen naar de slager rijden.
Er verscheen een vrouw voor het raam die er niet al te eng uitzag.
Gelukkig was ze niet doof, en snapte ze meteen dat er iets moest gebeuren. Ze belde haar man, want die had het telefoonnummer. En jawel, dit nummer werd opgenomen.
“Met de Schapenman”.
“Dag, met Hilde. Ik zag in je weiland een barend schaap liggen wat er niet goed uitzag. Ik dacht, ik bel je even”
Ja. Da’s mooi. Ik sta er bij en heb er net het lam afgehaald”.

Een beetje beteuterd maar blij dat het goed ging met het schaap stapte ik in mijn auto en reed weer over de brug van Ravenswoud. Daar knapte vervolgens mijn koppelingskabel.

Van mijn eigen inspectieronde langs mijn kuddes kwam nu niks meer terecht.
Ineens begon ik te begrijpen wat Henry bedoelde. Misschien lag er nu in een van mijn weilanden ook wel een schaap zich dood te baren.
De rest van het verhaal, van gesleept worden en garages die langer open bleven om me te helpen zal ik je besparen. De auto is misschien maandag weer klaar. Tot die tijd rijd ik kleine stukjes in de luxe automobiel van Henry. En hoop ik dat er iemand zo onverstandig is om mij te gaan zoeken als er iets met mijn schapen is.


   29 jan

tochtstrips

Het vriest behoorlijk. De Tjonger ligt dicht, en ’s ochtends krab ik mijn autoruiten in lichtroze ijsnevels.
Mijn schapendames houden vanwege de kou de baarmoeders gesloten. Sommigen lopen erbij alsof ze zelfs tochtstrips hebben aangebracht. Geen lam komt naar buiten met deze temperaturen!
Stel je ook voor…je net geboren lammetje ploft druipend in het gras. Je hijgt wat na van de bevalling, neemt een kleine pauze en als je opstaat om je kind droog te likken zit het arme diertje al aan de grond vast.
Krijg dat nog maar eens los als schapenmoeder!
Dit gegeven maakt mijn werk als oppasser wel een stuk gemakkelijker. Het enige wat ik doe is af en toe een schaap vangen wat hinkt, en natuurlijk rasters verplaatsen.

Rasters verplaatsen is een vak op zich. Niet mijn vak, eigenlijk.
Eindeloos sjouw ik met een kruiwagen vol palen door zompige halfbevroren weilanden, steeds stekend achter verharde molshopen en in ondiepe greppeltjes om vlak voor het eindpunt te ontdekken dat het draad op is. Dan moet ik weer helemaal terug voor een nieuwe klos.
Het zal wel een kwestie van ervaring zijn, maar voorlopig moet ik mijn onkunde bekopen met extra kilometers.
Gelukkig sta ik er niet alleen voor. Met mijn net zo ervaren mederasteraar is de klus eigenlijk best gezellig, en zijn onze extra kilometers dragelijk.
Na een dag in het veld word ik nog maar moeilijk warm, en het liefst kruip ik gelijk onder de wol.
Dat je dit kunt lezen is omdat we vandaag niet hoefden te rasteren: de paaltjes gaan niet meer de grond in!


   28 jan

Muisjes

Hoera, Heidi is geboren.
Het eerste lam van “mijn” kudde, een sneeuwwit ooitje.

Moeder en kind maken het goed.


   22 jan

he, een lammetje

De lammertijd begint.
En Henry is vandaag met vakantie gegaan, op een verre reis.
Voor het eerst in mijn leven ben ik daarom verantwoordelijk voor ongeveer duizend schapen. Duizend schapen!
Het merendeel daarvan is nogal drachtig, behoorlijk zwanger of enorm in verwachting.
Als harige walrussen waggelen ze door de wei.
Het is zaak om ze nu niet te veel te verontrusten.
Met mijn eigen kudde lukt dat niet.
Duopenotti herkent me gelijk en slaakt een doordringende, schapenoren oprichtende mekker, waarna de hele kudde zich om me heen verzamelt om me te begroeten. Hartverwarmend, zoiets.
Gek, Twiggy heb ik nog niet teruggezien. Nu ze dik en rond is lijkt ze me vergeten, het ondankbare diertje.

Mijn dames zijn als eerste uitgerekend.
Wellicht herinner je je de grote bultrammen nog die in augustus ineens hun opwachting maakten.
Deze rammen schijnen allerliefste kleine lammetjes te produceren, die pas later gaan groeien als kool en uitdijen tot ongekende vlezigheid.
Mijn schapen zullen dus relatief makkelijk bevallen.
Als de rammen vanaf dag 1 productief geweest zijn komen de eerste lammetjes morgen al!

Ik heb vandaag als schapenboerin mijn ronde gemaakt langs alle kuddes.
Ze staan verspreid van Wolvega tot Appelscha, in groepjes van honderd of tweehonderdvijftig.
Ik timmerde vandaag palen, sleepte met rollen gaas, sopte door modderplassen en sprong over te brede sloten.
Daarnaast verplaatsten Muis en ik een gedeelte van een kudde en vingen we een schaap met een zeer pootje voor een spuit antibioticum.
Everaert, de buurman van Henry, wees me de weg.

Als laatsten gingen we op bezoek bij een gedeelte van de kudde waar Henry mee werkt, die de Truuskudde heet, naar het lievelingsschaap van Henry.
De Truuskudde bestaat uit drie groepen die niet al te ver bij elkaar vandaan staan.
Deze groep, een van de twee zonder Truus, stond in een grote wei achter een mooi boerderijtje.
Ook hier zijn enorme rammen op bezoek geweest.
Rammen met dikke ruggen en lieve bruine hangoren. Maar ik vrees dat deze rammen veel grotere lammeren produceren.
De bewoners hadden al een keer gebeld dat er een schaap op haar rug lag, en ze hadden er ook al een keer een op de pootjes teruggezet.
Toen we kwamen zagen we er net een op haar rug gaan liggen. En weer moeizaam overeind komen.
Zelfs een Schoonebeker schaap blijft wel eens op haar rug liggen als haar buik vol lammetjes zit, maar het gebeurt niet gauw.

Tot mijn verbazing zag ik een groot schaap met een lam lopen. Het eerste! Een stevig jong ding, van een dag oud.
Dat kan nog helemaal niet! Deze kudde is pas 4 februari uitgerekend.
Daar zouden ze zich aan moeten houden, anders wordt het ingewikkeld.
In de hoek van de wei lag ook een dood lam. Het was helemaal heel, drooggelikt en had duidelijk een tijdje geleefd.
Potverdorie. Was ik vanochtend alvast maar gaan kijken!
Everaert pakte het zonder veel plichtplegingen bij beide achterpootjes voor naar de destructie. Shit happens…

Voor de weldoorvoede Truuskudde houd ik mijn hart vast.
Die op hun rug liggende schapen en vroeggeboorten baren mij zorgen.
Nu ja, heb ik solidair ook wat te baren…