www.tegrazen.nl

een zomer vol gemekker … berichten uit Friesland

   06 nov

een hutje op de hei 1

In een poging om het drukke westen te ontvluchten ben ik midden op de Dwingeloose heide beland.
Langs een klein schelpenpaadje staat een oud boerderijtje, op een met bomen begroeide heuvel in het midden van de grote heidevlakte.
De Benderse Berg heet de heuvel, hoewel hij slechts een kleine verhoging in het heideveld is die als zodanig niet opvalt.
In het fotoboek in het huisje staat:
“de boerenfamilie die hier woonde werd “de rijke boer” genoemd, omdat de rovers die in die tijd de dorpen aandeden niet de moeite namen om helemaal de zandweg af te lopen naar de afgelegen hoeve. Zo bleef hen een hoop leed bespaard. Ze hadden al genoeg te lijden omdat ze zelf altijd al de afstand af moest leggen.”

Ik ben in mijn huisje omgeven door bomen, donker, heide, meertjes en ganzen.
In de verte kronkelt het zandpad de heide over. De randen van het bos zijn ver weg en slechts op een paar plekken zie je een klein lichtje van bewoning. De schaapherder van deze hei woont nog net zichtbaar aan de overkant.
Er lijkt niets veranderd in de eeuwen. Elk moment kan er een paardenkar langskomen, met houten wielen.
Witte wievenslierten drijven onschuldig in de verte maar je waant je veilig op het zandpad naar de hoeve. Daar brandt het kaarslicht van de grote kroonluchter in de woonkamer.

In de keuken zit een pomp waaruit sterk naar ijzer smakend water komt. Zo’n echte, met een zwengel. Een waterleiding is er nooit gekomen, evenmin als electriciteit.
Op het houtkacheltje kook ik een ketel van dat pompwater. Het ziet donkergeel. Ik vul er de kruik mee die me door de nacht gaat helpen, want het is hier vochtig en een beetje bedompt. Het uitzicht over de hei en het bijzondere gevoel dat ik terug ben in een andere tijd maakt dat echter meer dan goed.


   29 okt

televisie

Televisie is een boeiend medium. Omdat ik het al minstens vijfentwintig jaar zonder doe weet ik als geen ander hoe sterk de aantrekkingskracht is. Zodra ik in een ruimte ben waar de tv aanstaat valt er met mij geen zinnig woord meer te wisselen. Mijn ogen glijden als vanzelf naar het apparaat om te blijven plakken aan een willekeurig programma waarvan ik dan ineens beslist de afloop moet weten.
Het maakt niet uit wat het is, de enige uitzonderingen zijn voetbal en autoracen.
Het is mijn stellige overtuiging dat je, wat je op televisie ziet, voor altijd meeneemt alsof je het zelf hebt meegemaakt.

Ooit, toen ik pas uit huis was en in mijn toen nog doodstille oude boerderij bij de duinen een kleine draagbare zwartwit televisie vond, gingen er hele avonden voorbij terwijl ik van de ene film in de andere gleed.
Hoe later het werd hoe enger de films. En hoe enger de film hoe liever ik de afloop wilde weten.

Het was de tijd van de zombie-films.
Eigenlijk lopen zombiefilms nooit goed af.
Zombies leven door als ze doodgaan en het worden er steeds meer. Dat gebeurt op de gruwelijkste manieren.
Als na het laatste opengebarsten lichaam eindelijk tot mijn opluchting het testbeeld verscheen was het meestal ver na middernacht. De in afzondering gelegen boerderij ademde onheil en beloofde dat er met elk kraakje in het oude huis, elke over het dak rollende kastanje en elke zwiepende herfsttak een nieuwe zombie bij kwam op zolder.

In de vloer van de zolder zat een brandluik, dat helaas uitkwam in de slaapkamer boven mijn oude twijfelaarbed.
Nacht na nacht drupte daar ontbindend lijkvocht naar beneden, soms vergezeld van een afgerukte arm of een hoofd zonder oogballen.
Hoe goed ik ’s avonds het brandluik ook dichtbond, krassende dode vingernagels wisten na twaalven precies hoe de knoop er uit moest.
Het sliep tamelijk onrustig daar, met al die lijken boven mijn hoofd.

Na maanden wakker te hebben gelegen van door het brandluik vallende lichamen nam ik een resoluut besluit: eruit met die televisie!
Dat was de eerste tijd wel wennen. De avonden waren ineens behoorlijk saai.
Heel langzaam echter begon het aantal doden op zolder af te nemen. Slechts af en toe viel er nog een bot of een vinger naar beneden. Toen ineens bleef ook dat weg. Voorzichtig veroverde ik de nacht terug, en kon ik op verlaten plekken ook weer met een veilig gevoel in slaap vallen. Wat een opluchting.

Een dikke maand geleden meldde zich een aardige dame.
Ze vertelde dat ze gehoord had over mij en mijn schapen, en dat ze het een leuk idee vond om daar een half uurtje televisie aan te besteden.
Het onderwerp van de uitzending zou “stilte” worden.
Dat was natuurlijk precies het juiste thema!
Na een leuk gesprek stond er op een ochtend om zeven uur een groepje mensen voor de deur van de keet met een camera, een serie microfoontjes en een tas met heerlijke picknickspullen.
Het werd een stressvolle maar gezellige dag.
Gezellig omdat het integere vrolijke mensen waren, stressvol omdat ik naast het hoeden van de kudde en het organiseren van een verplaatsing door Oldeberkoop ook antwoord moest geven op vragen waar je het liefst eerst een half uurtje diep over na wilt denken.
In de montage sneuvelden tot mijn opluchting mijn meest fanatieke uitspraken.

Gisteren was de uitzending.
Heb je die gemist, dan kun je hem hier terugkijken.
Dan zal het zijn of je die dag zelf hebt meegemaakt.
Maar wees gewaarschuwd: als je kijkt dan kan het zijn dat ook ik af en toe bij jou door het zolderluik kruip.
Get Microsoft Silverlight
Of bekijk de flash versie.


   10 okt

Betty

Er is deze zomer vrijwel geen dag voorbij gegaan dat ik niet aan Betty dacht.
Soms zag ik haar lopen in Spanje, op een zonovergoten winkelpromenade. Nee, een overdekte winkelpromenade was het vast.
“We nemen er twee”, moet ze tegen haar man hebben gezegd.
Die moet instemmend hebben geknikt, want het is een gezellige man, en ze namen er twee.

De gedachte aan Betty hield me overeind als zwarte wolken zich verzamelden aan mijn horizon, als het leven me trakteerde op plensbuien of een koude douche.
Het was beroerd, maar er was altijd nog Betty.
Zonder Betty had ik het halfverwege opgegeven, had ontslag genomen en was zwervend onder een brug beland. Ik overdrijf niet, dat had gekund, zonder Betty.

Dus bij deze wil ik Betty heel erg bedanken.
Ze heeft me door de natste zomer ooit geholpen.
Doordat ze uit Spanje zo’n heerlijke lichtgewicht heel klein opvouwbare mini-paraplu voor me meenam.


   10 okt

nieuwe weiden

Ik vond het vannacht al tamelijk koud, maar toen ik vanochtend de deur opendeed werd ik toch nog verrast door het schrapende geluid van kleine ijspegeltjes in de deuropening. Ongemerkt is het al gaan vriezen!
Vandaag is mijn laatste werkdag met de kudde.
Ik moet de schapen ergens gaan achterlaten in een fijne weide bij Fochteloo, maar ik weet allemaal nog niet hoe ik dat ga aanpakken.
Ik heb helemaal geen zin om op te houden met hoeden en in het bos wonen.
Ik wil nog helemaal niet scheiden van Lotje en Twiggy, van Scooter en Leidschaap.
Ik ga eerst maar eens een kopje oploscappucino maken en bedenken hoe de dag eruit moet zien…

Inmiddels is het avond en heb ik samen met Erika en Catrinus de schapen naar een grazige wei gebracht.
De arme beestjes waren nog een beetje groggy van inentingen tegen rotkreuopel en Q koorts en haalden het maar net.
Alleen omdat er langs de kant zulke lekkere eikels lagen liepen ze steeds een boompje verder.
Omdat er vanmiddag lichte motregen was voorspeld zijn we allemaal kleddernat geregend door iets wat nog het meest op natte sneeuw leek.
Voor het eerst had ik het weer eens ouderwets koud.
Met dikke droge sokken aan rooster ik nu tamme kastanjes op mijn houtkacheltje.
Laatste nachtje in mijn woonkeet.


   29 sep

witte wieven

Stel je voor: het is prachtig nazomerweer. Je hebt op de markt verse visjes gekocht en een heerlijke fles witte wijn. Je hebt vrienden uitgenodigd.
Je maakt een klein vuurtje in de achtertuin, sleept lekkere stoelen naar buiten, schenkt de koele wijn in mooie glazen, je begint een boeiend verhaal en… dan besluit je buurman om met de bandschuurmachine zijn kozijnen onder handen te nemen terwijl zijn vriend de muur afbikt met de pneumatische hamer. De klus moet duidelijk af vanavond.
Wat doe je dan in zo’n geval?
Op zijn best sla je je wijn in een paar slokken achterover en ga je met je vrienden naar het strand. Op zijn slechtst help je de buurman zijn huis en vriend te verbouwen.

Stel je voor: het is een prachtige nazomeravond. Je loopt met 251 schapendames en 7 mooie rammen in de laatste zonnestralen naar een nieuwe nachtweide. Alles baadt in een vredige rust, alleen een zacht knabbelen of een verzadigd blaatje begeleidt de tocht. Je zet 1 voet in de weide op zoek naar de plek van de bloeiende gentiaan als een hels geratel je droom verstoort. In de verte nadert een enorm gevaarte dat mais eet. Het wordt in grote banen weggerukt om als pulp in een kar te worden gebraakt. Het veld moet duidelijk kaal vanavond.
Wat doe je dan in zo’n geval?
Op zijn best sla je dan een fles wijn achterover, maar op zijn slechtst?
Het is witte wieven tied.
Moge de wieven deze hardwerkende man met zijn maiskar komen halen en in stilte smoren!
Zo hoort dat in deze contreien.


   25 sep

slager

Op een rustige avond trakteerde ik mezelf op een film.
Het werd “the Reader”, met Kate Winslett en Ralph Fiennes. Het verhaal speelt zich af in de tweede wereldoorlog.
Kate is een vrouw die niet kan lezen of schrijven. Ze laat zich door haar geliefde graag voorlezen en pas veel later in het verhaal begrijpt hij waarom.
Omdat ze geen baan kan vinden waarbij ze niet door de mand zal vallen meldt ze zich uiteindelijk aan als gevangenenbewaarder in een concentratiekamp.
Slik, je kunt je maar ergens voor schamen….

We zien haar pas weer terug in een rechtbank.
Daar moet ze verantwoording afleggen voor haar keuzes.
Nog steeds heeft niemand in de gaten dat ze niet kan lezen. Om er niet voor te hoeven uitkomen gaat ze zonder verdediging accoord met haar vonnis. Het is een droevige film.

Aan één van haar uitspraken dacht ik vanochtend, toen ik mijn schapencoach Henry aan de lijn had en hem vertelde dat er aan verschillende schapen iets mankeerde. De een had rare hoefjes, de ander bobbels in haar uier, en weer een ander was aan 1 oog blind.
Hij vroeg me om deze schapen te merken, zodat hij ze er later gemakkelijk uit kon vissen als de slager weer eens in de buurt was.
Toen ik ophing en naar mijn kudde keek werd ik een beetje misselijk.

(Kate’s concentratiekamp wordt steeds voller. Vrachtwagens vol vrouwen worden elke week aangevoerd. Er is geen ruimte meer.
Daarom is haar opdracht als bewaakster om elke week 10 vrouwen aan te wijzen die op transport moeten naar Auschwitz. Ze zullen het niet overleven.)

Voor een goede kudde moet er een evenwichtige leeftijdsopbouw zijn. Jonge dieren leren van de ouderen en nemen langzaam hun plaats in. Op die manier voorkom je dat je na een aantal jaar ineens met allemaal tandeloze schapen de hei opmoet, of met een kudde dartele lammetjes. Om die reden vervang je af en toe een slechter schaap voor een jongere.
Een schaap met een bobbel-uier kan haar lam niet voeden. Eentje met rare hoefjes zal op den duur niet meer mee kunnen komen en een halfblind schaap loopt steeds tegen een boom. Maar bewijs je hen ook werkelijk een dienst met de slager, of zouden ze toch liever willen blijven? En jij, als je een bobbel-uier had?

Onze Kate stuurt bewust de zwakkeren en zieken op transport. Zo geeft ze de gezonde vrouwen een kans om te overleven.
“Wist u wat u deed?” vraagt de rechter, die dat geen excuus vindt.
“Ja”, zegt Kate als kampbewaakster, “Maar wat moest ik dan?! Er was gewoon geen plaats meer voor iedereen!”, waarop zij gehoon uit de rechtszaal krijgt en een hele zware straf.

En ik? Ga ik morgen met blauwe markeerstift een kruis op het halfblinde schaap zetten? Of smokkel ik haar de winter door?
Mijn schapendames vertrouwen me en zijn compleet aan me overgeleverd. Bij een schapenrazzia zou ik ze het liefst laten onderduiken, maar waar moet ik heen met al die dieren? En is het eerlijker om ze er dan maar door Henry te laten uitsorteren?
Ik, die altijd zieke dieren mee naar huis neem om ze op te lappen, heb het er moeilijk mee.
En dan ik ben nog niet eens analfabeet.

tekening overgenomen van de site van Harry Gijsberts : www.hargijs.nl


   15 sep

drukbegrazing

Drukbegrazing is gemeen.
Je zet schapen in een niet al te groot raster waar al snel niks fatsoenlijks meer te eten is.
Dat wat dan nog over is moet ook op. Het kan dagen duren.
Het is als iemand opsluiten met een bord koude Brinta. Nee, een halfleeg bord. Van gisteren. Hard als een plank.

Ik zie mijn schapen vanachter het raster hulpzoekend naar me kijken.
Vandaag heb ik ze opgesloten met hun Brinta.
In dit geval zijn dat de stengels van de ratelpopulier en pollen uitgedroogde pijpestrootje.
“Getver!” hoor je ze denken.
“Báááh!” blaten ze.
Af en toe hoor ik gemekker waar de hele kudde op afkomt.
Op die plek is dan door één van hen nog een laatste blaadje paardenstek aangetroffen wat al is opgegeten als de anderen de bestemming bereiken.

Ik zit als een Kapo op het trappetje van mijn keet. Mijn werk bestaat uit het checken van stroom op de hekken, waakhonden laten patrouilleren en ondertussen, voor iedereen in het raster duidelijk zichtbaar een lekker broodje kaas en oploscappucino genieten.
Dat is betrekkelijk leuk werk, zolang je niet in het raster kijkt.
Daar liggen schapen hol-ogig te staren naar onverteerbare ratelpopulierstengels. In een hoekje staat een drietal mistroostig droge pijpestrootjes te herkauwen terwijl de rest steun zoekend bij elkaar tegen een boomstronk is aangekropen. Gegeten wordt er niet.

Voor een herder is niets zo moeilijk te negeren als de beschuldigende blik van een schaap dat het niet eens is met het begrazingsbeleid, of het moet de blik van 251 schapen zijn.
Ik zwicht uiteindelijk en doe het raster open.
Eten is tenslotte waarvoor ze zijn ingehuurd.

Onmiddellijk zetten de schapen zich aan het werk.
Grote blijdschap maakt zich van de kudde meester en zelfs slome schapen huppelen als lammetjes. Dit is de arbeid waarvoor ze geboren zijn.

In het voorbijgaan hoor ik er eentje mompelen.
Het is niet goed te verstaan, want haar bek zit vol met gras, maar het lijkt nog het meest op een buitenlandse taal.
“Wat zei je net?”, vraag ik voorzichtig, als ze eindelijk haar mond leeg heeft.
Ze aarzelt even. Dan bromt ze: “Arbeit macht frei”, en meteen propt ze haar bek weer vol.


   09 sep

klein maar fijn

Als ik na een avondwandeling mijn hutje nader hoor ik van een afstand een hoog zingend zoemen.
Nieuwsgierig kom ik dichterbij.
Er hangt een dikke zwarte wolk boven mijn keet die pirouettes draait langs de ramen.
Bij mijn nadering zwenkt de wolk. Duizenden hongerige muggenoogjes tasten mijn verschijning af naar onbedekte lichaamsdelen.
Ik ruk de deur open en duik naar binnen. Gered. Tenminste, dat lijkt erop.

Ik knip het lampje boven tafel aan. Op het plafond hebben zich wat groepjes muggen genesteld die geen aanstalten maken om aan te vallen.
Leven en laten leven, denk ik.
Daarom negeer ik ze, trek mijn pyama aan en duik onder mijn klamboe mijn bed in.

Zodra het licht uit is komt er een aanval op gang waarvan de strategie doet vermoeden dat het allang was uitgedacht toen nog ik niet thuis was.
Hard zoemend laten de muggen los van het plafond om gemeenschappelijk mijn muskietennet te belegeren.
Mij pakken ze niet, denk ik vanonder mijn dekbed. Het muskietengaas zit dicht met een knijper en sluit rondom aan op de vloer.

De gedachte “goh, wat lig ik hier veilig onder mijn klamboe” moet helaas worden bijgesteld doordat er een bloedzuiger op mijn voorhoofd landt. Met een onbescheiden gezoem maakt hij rondjes langs mijn oor tot ik m met een rake klap naar de muggenhemel plet.
Op mijn wang zit nu een kleddertje muggenmoes wat ik aan mijn kussen smeer.
Het was een eenling, sus ik mezelf in slaap. Hij zat nog in mijn klamboe. En daadwerkelijk blijft het stil rond mijn hoofd tot ik in slaap sukkel.

Midden in de nacht schrik ik wakker.
Er landt een helicopter naast mijn keet waaruit aliens springen. Met hun laserpistolen mikken ze op mijn hoofd. Gloeiende plekken. De laserstralen zoemen en prikken. Alles gonst.
Zoemen?! Prikken?!!!!?

Als ik mijn zaklamp aanknip zie ik aan de binnenkant van mijn muskietennet de hele troep plafondmuggen, minus 1, zitten grijnzen.
Op mijn wang zitten bulten en mijn onderarmen kriebelen raar. Ineens ben ik klaarwakker. En ook reuze snel. In 1 zwaai vernietig ik minstens zes volgezogen exemplaren door ze fijn te wrijven tegen het muggengaas.
Er komt een bloederige veeg op de mooie witte stof, die voelt als een jachttrofee. Daar wil ik er meer van.
De resterende muggen doen tevergeefs pogingen om aan me te ontsnappen, maar ik achtervolg ze genadeloos totdat het hele muggennet vol zit met vegen en er her en der op het bed frummeltjes muggenlijf liggen.
Ik schud mijn dekbed uit en draai me tevreden naar de wand.

Maar het muggenleger is nog niet uitgestreden.
Nieuwe soldaten hebben zich via de schoorsteen naar binnen gedrongen om het gevecht voort te zetten.
Ook deze wachten met aanvallen tot de slaap zijn werk heeft gedaan.
Het is een ongelijke strijd.

Naarmate ik meer bulten tel wordt het gevecht verbetener en vallen er meer doden aan de kant van de vijand, maar op onbewaakte momenten, als ik uitgeteld van de jacht in een hoekje van mijn keet weer in slaap gevallen ben komt het guerillaleger terug om nieuwe aanslagen te plegen.
Tegen de ochtend haal ik bakzeil, stop dopjes in mijn oren tegen het zoemen en geef me over aan een onrustige slaap.
Vrijwel leeggezogen word ik wakker. Een groep goed gevulde muggen werkt zich snel en schaterlachend door de kieren van het raam naar buiten.

Na een halfdoorwaakte nacht waarbij ik in de ochtend achttien muggenprutjes en zevenentwintig bulten tel aan de kant van de verliezer, valt mijn oog op de slogan van Greenpeace op de achterkant van een tijdschrift: “If you think you are too small to be effective, you have never slept with a moskito”.
Ik zweer onmiddellijk dat ik nooit meer gen-tech mais zal zaaien, geen zeehonden zal doodknuppelen en ook de walvissen met rust zal laten. Verder stop ik per direct met olie boren.
Zouden ze dan vanaf morgen hun muggen thuishouden?


   06 sep

vliegende schapen

Het stormt op de Meenthe. Mijn onderkomen schudt ervan. Het zou me niet verbazen als morgen bij het opstaan mijn schapen blijken te zijn weggewaaid.
Op dit moment is het zo donker dat alleen het laag-overkomende gemekker zou opvallen.
Mijn keet is onder deze omstandigheden niet helemaal wind- en waterdicht.
Hoewel de luiken voor de ramen zitten drupt er gestaag iets omlaag langs de vensterbank, wat zich verzamelt in mijn kist met droog kachelhout.
Niet alarmerend gelukkig. Na de heerlijke avondmaaltijd bij mijn Meentheburen kan ik trouwens veel aan.

Onder deze omstandigheden schapen hoeden is NIET leuk. Ik heb er dan ook met de pet naar gegooid vandaag.
Vanochtend was het prima, de zon scheen een beetje, en aangezien ik bezoek had van twee vragenstellende dames vloog de tijd om.
Na de middagpauze begon de storm.
In plaats van stoer in de regenjas te springen heb ik me achter de computer verschanst en bemoeid met een schapenonderzoek van de provincie Friesland en een zoektocht naar geschikte rammen. Ook een goed gesprek op het Staatsboskantoor was vandaag ineens dringend noodzakelijk. Toen zat de dag erop.

Ik voel me een watje. Niet gaan hoeden als het regent! Nu val ik genadeloos door de mand als goede herder.
Áls er schaapjes overvliegen vanavond komt dat doordat ze flink zijn afgevallen.
Het regent namelijk al de hele zomer.

Morgen zal ik jullie vertellen hoe je een weggewaaid schaap uit een boomkruin naar beneden praat.


   28 aug

schattig weer

Gelaten staat de gehoornde koe aan de overkant voor zich uit te staren.
Wat moet ze anders…de Tjonger ziet wit van de opspattende regendruppels en op mijn metalen dak woedt een gemene oorlog.
Innig tevreden zit ik in mijn hutje.
Op de kachel staat een pan te pruttelen, ín de kachel zit een schapenkeutelbriket en naast de kachel staan mijn natte schoenen.
Muis ligt uitgevloerd op haar kussen de warmte te absorberen terwijl Amy een veilig heenkomen heeft gezocht in een mandje onder de keet.
Natuurlijk zijn we kleddernat geregend vandaag, toen we met de kudde 4 km naar de Noordwoldermeenthe liepen.
Aangezien de weersverwachting voor vrijwel de gehele dag mooi weer aankondigde zat dat er dik in.

Ik kan niet zo goed wennen aan de nieuwe weersvoorspelling.
Weeralarm betekent dat je prima thuis kunt komen omdat het zo lekker rustig is op de weg. Code rood voor de provincie Friesland is dat de wolken al boven andere provincies zijn leeggeregend en “vrijwel de gehele dag mooi weer” staat garant voor een nat pak.
Ik verdenk het KNMI van een nauwe samenwerking met de makelaarswereld. De op Funda aangeboden woningen hebben zonder uitzondering verdacht mooie uitzichten en een riante badkamer.
Vrijwel de gehele dag mooi weer? Lees dan: je kunt op willekeurig moment een vreselijke bui verwachten.
Heerlijk uitzicht over natuurgebied? Lees dan: het natuurgebied dat aan de andere kant van de A9 ligt met bestemming bedrijventerrein.

Ook in deze tijd geloof ik toch nog graag in sprookjes.
Zien jullie wat ik zie op deze foto?
Die pot met goud moet gewoon onder mijn keetje liggen!